Bijenbelagers

Ik ben een verzamelaar. Ik verzamel van alles en nog wat. Sinds mijn jeugd verzamel ik al stripverhalen, maar daar houdt het natuurlijk niet op. Als natuurgids heb ik ook een gigantische verzameling natuurboeken. En als imker zoek ik steeds naar allerlei items over de imkerij. Dit gaat over allerlei berokers, honingpotten, spaarpotten, affiches, schoolplakkaten en speelgoed. De voorbije weken heb ik zo de hand kunnen leggen op twee belagers van onze honingbij. Een opgezet exemplaar van de bijeneter en een doodshoofdvlinder. De bijeneter, Merops apiaster, is bij ons voorlopig nog geen standvogel. De vogel komt meer voor naar het zuiden van Europa. Maar er valt te verwachten dat zijn leefgebied naar ons opschuift.

De doodshoofdvlinder (Acherontia atropos) is bij het publiek natuurlijk bekend van de film Silence of the lambs. Bij ons komt hij soms als trekvlinder voor vanuit het zuiden. Dit jaar zag ik echter een nieuwsitem in de krant van een gevonden rups en ook deze honingsnoeper zou zich hier wel eens kunnen handhaven door de klimaatsverandering.

Eindejaarsverlof

Zoals elk jaar neem ik ook dit jaar weer tien dagen verlof om mijn batterijen weer op te laden. Ik doe dit niet op latten, maar in de natuur bij mijn bijen. Om te beginnen heb ik de netels en bramen verwijderd aan hetWaterbroek.

Het perceel van 60 aren is momenteel langs de zijkanten volledig omzoomd met knotwilgen. Hiervan moet ik nog een aantal knotten deze winter. Aan de noordkant loopt de beek en aan de zuidkant heb ik een haag van meidoorn aangeplant. Die wordt geschoren na de bloesem in de zomer. Het voorste deel van het perceel waar de schapen niet komen, is voorzien van drie veldjes die ik inzaai voor de bijen en een stuk ruigte. Hier heb ik een haag hazelaar geplant, een rij Egyptische wilg en een rij lindebomen. De rest komt stilaan vol schietwilg te staan. Maar ondertussen maai ik wel regelmatig de netels en bramen.

Het achterste deel wordt proper gehouden door de schapen. Hier heb ik ook een moestuin, een boomgaard, de bijenkasten en een speelterrein voor de kleinkinderen. De schapen heb ik vandaag weer verhuisd. Dit keer heb ik de castraten naar het Waterbroek gebracht om daar de bok gezelschap te houden. De ooien heb ik dan weer terug gebracht naar mijn andere stand in Gerhagen. Dit is droge zandgrond en achter de woning van mijn vader. Hier blijven ze nu tot ze allen gelammerd hebben en ik de twee groepen weer omwissel.

Momenteel heb ik ook alle bijenvolken een half pak deeg opgelegd. Het pak snij ik simpelweg in twee en dan hebben de bijen gemakkelijk toegang tot de suiker. De volken zijn momenteel toch een zestal kilo lichter dan andere jaren. De vele vliegdagen van het najaar hebben hun tol al opgeëist. En volgens de condensatie onder het plastic is er ook al wat broed in de meeste volken. Regelmatig zal ik nu de leeg gegeten pakken vervangen.

Resultaat oxaalbehandeling december

De volken zijn allemaal op dezelfde dag behandeld en drie dagen later heb ik de varroamijten geteld die op de bodemplank waren gevallen. Er zijn nu geen rovers meer en de mijten die vallen, verdwijnen dus niet meer. Bij de meeste volken lag het aantal lager dan vijf. Bij enkele telde ik wel dertig tot veertig mijten. Vermits de oxaalbehandeling lang nawerkt, heb ik na een week nogmaals geteld en nu vond ik slechts een enkele mijt onder sommige volken. De besmettingsgraad schijnt dus niet zo hoog te zijn geweest. Ik vermoed dat de behandeling met Apivar beter resultaat gaf dan de mierenzuurbehandelingen van de voorbije jaren. Behandelingen met mierenzuur zijn natuurlijk sterk afhankelijk van de weersomstandigheden, terwijl de Apivarstrips geleidelijk werken over een lange periode.

De enige bedenking die ik nog heb, is wel dat de volken kleiner lijken dan vorige jaren. Dan vallen er natuurlijk ook minder varroamijten. Maar de volken zaten nog diep onder het voer en er valt nog maar weinig mul op de bodemplank. Nog even afwachten tot de uitwintering in maart dus.

The hives were all treated on the same day and three days later I counted the varroa mites that had fallen on the bottom board. Now there are no more mite-eating insects on the bottom board and the mites that fall do not disappear anymore. The number was lower than five for most colonies. I counted thirty to forty mites in some. Since the oxal treatment lasts for a long time, I counted again after a week and now I only found a single mite among some hives. So the contamination rate seems not to have been that high. I suspect that treatment with Apivar gave better results than the formic acid treatments of recent years. Formic acid treatments are of course highly dependent on weather conditions, while the Apivar strips work gradually over a long period.

The only concern I have is that the colonies seem smaller than in previous years. Then of course there are fewer varroa mites. But the colonies were still deep under the food and there is very little mullet on the bottom board. So we just have to wait until March.

Te warm in december.

Vorig weekend heb ik de volken nog behandeld met oxaalzuur en momenteel vliegen ze bij dagtemperaturen van 15 graden buiten rond. Wanhopig op zoek naar die eerste pollen en nectar. Ze vinden slechts water maar zoveel hebben ze nu ook weer niet nodig. Op deze manier gaan hun voedselvoorraden snel opgesoupeerd raken. Want hoe actiever ze bewegen, hoe meer energie ze verbruiken. De oplossing is natuurlijk om begin januari toch al maar een pak deeg op te leggen. Sommige volken gaan dit niet aanspreken, maar voor andere zal dit echt nodig zijn. Het deeg dat in het voorjaar overblijft, wordt weer weggenomen en later gebruikt voor de jonge volken. Normaal zou ik het deeg pas aanbieden tegen eind januari en slechts aan de volken die sterk in gewicht dalen. Eind volgende week geef ik ze nu allemaal een half pak apifonda. Ik snij simpelweg een pak doormidden en leg een half pak onder de plastiekfolie. Regelmatig wordt het verbruik gecontroleerd en indien nodig vervangen door een nieuwe hoeveelheid.

De wilgenbloei start hier pas rond 20 maart en dat is dus nog wel even. Drie maanden is zelfs een gans seizoen. De winter moet nog beginnen. De hazelaar bloeit wel iets vroeger, maar deze levert als windbestuiver slechts stuifmeel en geen nectar. Misschien toch even nadenken over het invoeren van exoten. Ik bedoel hier geen invasieve exoten mee, maar er zijn toch wel enkele struiken die in de winter bloeien en niet de lokale flora trachten over te nemen. De crocussen die men tegenwoordig aanraadt zijn volgens mij trouwens ook exoten. Ik ga alvast beginnen met meer winterbloeiende struiken aan te planten. Ik denk aan een aantal toverhazelaars (Hamamelis), Skimmia’s, Winterjasmijn, Helleborus, vroege sneeuwklokjes, Chinomanthus of meloenboompje (ook winterzoet genoemd!) en natuurlijk de sneeuwbal Viburnum x bodnantense.

 

Last weekend I treated the hives with oxalic acid and they are currently flying outside at 15° temperatures. Desperately looking for the first pollen and nectar. They only find water, but they actually don’t need that much. In this way their food stocks will quickly be used up. Because the more actively they behave, the more energy they use. The solution is of course to give them a pack of sugardough at the beginning of January. Some hives will not appeal to this, but others will really need it. The dough that remains in the spring is then removed and later used for the young hives. Normally I would only offer the dough by the end of January and only to the hives that are losing weight. At the end of next week I will now give them all half a pack of apifonda. I simply cut a packet in half and put half a packet under the plastic wrap. Consumption is regularly checked and, if necessary, replaced by a new quantity.

The willow bloom only starts here around March 20 and that will be a while. Three months is even a whole season. The winter has yet to begin. The hazel flowers a little earlier, but as a wind pollinator it only delivers pollen and no nectar. Maybe just think about entering exotics. I don’t mean invasive exotics here, but there are some shrubs that flower in the winter and don’t try to take over the local flora. The crocuses that are recommended nowadays are, in my opinion, also exotic. I am already starting to plant more winter flowering shrubs. I am thinking of a number of witch hazels (Hamamelis), Skimmias, Winter jasmine, Helleborus, early snowdrops, Chinomanthus or melon tree (also called winter sweet!) And of course the Viburnum x bodnantense snowball.

Tijd voor de winterbehandeling

De eerste nachtvorst is nu al vier weken geleden. De volken zijn nu vermoedelijk broedloos. In elk geval zo broedloos mogelijk. Want tegen het einde van de maand gaat de koningin weer aan de leg. Nu is dus een goed moment om de varroamijten de genadeslag te geven. Tijdens de zomermaanden, na de laatste honingoogst, zijn de volken behandeld met apivarstrips. Door deze behandeling zouden de huidige winterbijen een goede start gemaakt hebben. Maar terwijl in het najaar het broednest van de bijen kleiner en kleiner wordt, gaat de ontwikkeling van de mijt natuurlijk door. En deze mijten dienen we tijdens de winter dan zo veel mogelijk te elimineren. Hiervoor gebruiken we oxaalzuur. We druppelen een oplossing van oxaalzuur in suikerwater op de tros. Het commercieel product noemt Oxybee of Oxuvar en is veilig te gebruiken door de imker als hij de gebruiksaanwijzing opvolgt. Om een goede verdeling te verkrijgen van het oxaalzuur in de bijentros moeten de bijen echt dicht op elkaar zitten. Dit is het geval als de temperatuur lager is dan 5° C. Spijtig genoeg hebben we deze temperaturen momenteel alleen ’s morgens als het nog donker is. Maar met een hoofdlamp met ledlicht worden de bijen niet opgeschrikt en is het vlot werken. In dit filmpje op mijn YouTube kanaal is dit wellicht duidelijk. Oxaalzuur druppelen

Vermits er een geregistreerde vorm van oxaalzuur verkrijgbaar is, mag ik momenteel het cascadesysteem niet gebruiken. Ik mag dus geen Api-Bioxal gebruiken dit jaar. Dit oxaalzuurpreparaat kon namelijk ook worden gesublimeerd. Dit is zoiets als verdampen. Bij verdampen gaat een product over van zijn vloeibare vorm naar zijn gasvorm. Bij sublimeren is er geen vloeistoffase en gaat het product rechtstreeks van zijn vaste vorm over naar een gasvorm. Hierdoor wordt het oxaalzuur zeer fijn verdeelt over de bijentros. Het zou theoretisch zelfs beter verdelen als de tros wat losser zit. Bij hogere temperaturen dus. Uit een onderzoek tijdens de winter van 2000/2001 bij 1509 volken van 95 imkers uit 7 Europese landen bleek dat er weinig verschil was bij temperaturen van 2 tot 16° C. De resultaten van sublimeren bereiken 94 tot 95 %, duidelijk hoger dan bedruppelen. Zelfs een tweede behandeling veertien dagen later is mogelijk met nog betere resultaten. Een tweede behandeling door bedruppelen is echter uitgesloten wegens te toxisch voor de bijen. In dit filmpje van mijn YouTube-kanaal wordt dit duidelijk: Oxaalzuur sublimeren

The first night frost is now four weeks ago. The hives are now probably withouten brood . In any case, as broodjes as possible. Because at the end of the month, the queen starts laying again. So now is a good time to give the varroa mites the final blow. During the summer months, after the last honey harvest, the hives were treated with apivar strips. With this treatment, the current winter bees would have made a good start. But while the bees’ nest becomes smaller and smaller in the autumn, the development of the mite naturally continues. And we should eliminate these mites as much as possible during the winter. We use oxalic acid for this. We drop a solution of oxalic acid in sugar water on the cluster. The commercial product is called Oxybee or Oxuvar and can be used safely by the beekeeper if he follows the instructions for use. In order to obtain a good distribution of the oxalic acid in the bee cluster, the bees must be really close to each other. This is the case if the temperature is lower than 5 ° C. Unfortunately, we currently only have these temperatures in the morning when it is still dark. But with a head lamp with LED light, the bees are not startled and stay calm. In this video on my YouTube channel this is probably clear.

Since a registered formulation of oxalic acid is available, I am currently not allowed to use the cascade system. So I cannot use Api-Bioxal this year. This oxalic acid formulation could also be sublimated. This is something like vaporizing. Upon evaporation, a product changes from its liquid form to its gas form. With sublimation there is no liquid phase and the product changes directly from its solid form to a gas form. As a result, the oxalic acid is very finely distributed over the bees. It would theoretically distribute even better if the cluster is looser. So at higher temperatures. A study from the winter of 2000/2001 among 1509 hives of 95 beekeepers from 7 European countries showed that there was little difference at temperatures from 2 to 16 ° C. The results of sublimation reach 94 to 95%, clearly higher than dripping. Even a second treatment fourteen days later is possible with even better results. However, a second treatment by dripping is excluded due to being too toxic to the bees. In this video of my YouTube channel this becomes clear.

Wintersnoei

Vandaag ben ik alvast begonnen met het snoeien van bomen. De hazelaar laat nu duidelijk het verschil zien tussen jonge en oude takken. Hoe donkerder de bast, hoe ouder de tak. En als hij dan nog eens andere takken kruist, kan hij nu makkelijk worden verwijderd. De struik wordt ook veel luchtiger als we dit om de paar jaar doorvoeren.

Ook de knotwilgen kunnen al geknot worden. Ik knot de wilgen niet allemaal om de bijen steeds voldoende nectar te leveren. Ongeveer een vierde van de knotwilgen snoei ik elk jaar. Dat zijn er nog steeds vijftig per winter. De andere overloop ik alleen even om de vele afhangende takken weg te knippen. De knot krijgt na een gedeeltelijke snoei meer licht en de resterende takken groeien dikker. In de vierde winter levert de knotwilg dan mooi brandhout. De dunne tenen stapel ik in een houtwand.

Honing van de plaatselijke imker

Het wordt weer gevoelig kouder en de mensen voelen dan vaker de neiging om zich wat beter te wapenen tegen de natuurelementen. Er wordt dan ook beduidend meer honing aangeschaft. Honing van een plaatselijke imker bij voorkeur. Deze honing is een puur natuurproduct en geen mengsel van over de hele wereld. Maar vermits de bijen telkens weer op andere bloesems vliegen en ze ook niet tijdens elke bloei het ideale vliegweer kennen, is elke honingoogst weer een verrassing. We hebben in België geen grote monoculturen en bijgevolg hebben we ook geen monoflorale honing. Onze honingpotten zijn steeds gevuld met een mengsel van verschillende bloemen en planten. En dan is de samenstelling ook elke keer weer anders. De ene keer blijft hij lang vloeibaar, de andere keer wordt de honing snel hard. Het verharden gaat vaak veel verder dan zacht smeerbaar. Alleen door alle honing van het jaar met elkaar te mengen, kan ik een uniforme honing aanbieden tijdens het jaar. Maar ik vind de afwisseling tijdens het jaar juist zo interessant. Als de honing te hard is geworden, kan men hem makkelijk terug vloeibaarder krijgen door de pot warmer te zetten. Zolang je maar onder de 40 graden blijft. En als de honing met grove kristallen is uitgehard, is dat niet te wijten aan de toevoeging van suiker. Elke honingoogst kristalliseert namelijk anders.

Ik ga even uit de doeken doen hoe ik zelf te werk ga. De honingramen die volledig zijn verzegeld en waarvan de honing dus “rijp” is, neem ik mee naar huis.

De verzegelde cellen worden ontzegeld en de ramen worden leeggeslingerd . De honing die uit de cellen komt, wordt opgevangen in vaten na passage door een dubbele zeef. Dit om onzuiverheden zoals stukjes was te scheiden.

In de vaten blijft de honing dan nog twee dagen staan om te “klaren”. De kleinste onzuiverheden en de luchtbelletjes van het slingeren stijgen op en kunnen dan worden afgeschuimd. Hierna vul ik de honing in speciale voedselveilige zakken en zet ze in een afgesloten plastic emmer. Ook weer voedselveilige emmers.

De emmers worden dan in de kelder geplaatst tot de honing wordt ingepot. Hiervoor wordt de honing terug vloeibaar gemaakt in een bain-marie op 37 graden. Na 36 uur kan ik dan de honing uit de zakken gieten in een afvulemmer. Nog eens afschuimen na 12 uur en oproeren gedurende 10 minuten. Hierna vul ik de honingpotten met deze pure honing.

De etiketten, mijn eigen ontwerp, print ik af met een laserprinter en ze worden met melk op de pot gekleefd. Deze etiketten laten dan ook makkelijk los bij het afwassen van de lege potten. De gevulde potten, een dertigtal per keer, bewaar ik bij 13 graden, en aan de deur kan men zichzelf bedienen als ik niet thuis ben.

It is becoming considerably colder again and people often feel the tendency to arm themselves a bit better against the elements of nature. Significantly more honey is being purchased. Preferably honey from a local beekeeper. This honey is a pure natural product and not a mixture from all over the world. But since the bees constantly fly on different blossoms and there isn’t always the ideal flying weather during every bloom, every honey harvest is a surprise. We do not have large monocultures in Belgium and therefore we do not have monofloral honey. Our honey bottles are always filled with a mixture from different flowers and plants. And therefore the composition is different every time. The one time the honey stays liquid for a long time, the other time the honey hardens quickly. The hardening often goes much further than soft spreadable. Only by mixing all the honey of the year together can I offer a uniform honey during the year. But I find the variety during the year so interesting. If the honey has become too hard, it can easily be liquefied by heating the pot. As long as you stay below 40 degrees. And if the honey is cured with coarse crystals, this is not due to the addition of sugar. Every honey form granulated crystals in time.

I’m just going to explain how I work myself. I take home the honey only if completely sealed or capped and the honey is therefore “ripe”.

The capped cells are uncapped and the frames are hurled out with the extractor. The honey that comes out of the cells is collected in barrels after passing through a double strainer. This is to separate impurities such as pieces of wax.

The honey then remains in the barrels for two days to “clear”. The smallest impurities and air bubbles of the extracting proces rise and can then be skimmed off. After this I fill the honey in special food-safe bags and put them in a sealed plastic bucket. Again food-safe plastic.

The buckets are then placed in the basement until the honey is bottled. For this the honey is liquefied in a bain-marie at 37 degrees. After 36 hours I can then pour the honey out of the bags into a bottling bucket. Skim again after 12 hours and stir for 10 minutes. After this I fill the honey bottles with pure honey.

I print the labels, my own design, with a laser printer and they are stuck to the pot with milk. These labels also release easily when washing the empty pots. I keep the filled pots, about thirty at a time, at 13 degrees, and people can serve themselves at the front door when I’m not at home.