Half juni: stand van zaken

Dit voorjaar heb ik van elk bijenvolk minstens één broedaflegger gemaakt. Elke stand op een ander tijdstip om het werk iets te kunnen verdelen. Het onstandvastig weer heeft er voor gezorgd dat ik op een stand van vier volken alle vier mooie broedafleggers bekwam terwijl op een andere stand van vijf volken er slechts één in orde kwam. Het zesramertje dat in de tuin staat, vertikte het om honing in de bokalen op te slaan. Daarom liep het kastje voortdurend vol en nam ik elke twee weken drie ramen weg. Ik heb er zo drie afleggers mee gemaakt en gisteren heb ik alle zes ramen in een grote kast gehangen. Alles te samen heb ik op deze manier toch al 12 jonge volken voor volgend jaar.

Door de hoge zwermdrift dit jaar, heeft het merendeel van de volken al een nieuwe koningin. De oude koninginnen zijn geknipt en bijgevolg zijn de bijen steeds teruggekeerd naar het eigen volk. Bij het weghalen van de overtollige doppen, werden sommige in de couveuse geplaatst en de uitlopende koninginnen daarna in een apideakastje gezet. Hiervan zijn er momenteel vier met een leggende koningin.

De bijen hebben een topjaar maar de imker heeft veel werk. Wat de honingopbrengst betreft: dit is een ander verhaal. Uit slechts enkele kasten heb ik wat verzegelde voorjaarshoning gehaald, 15 kg slechts. Het slechte weer zorgde voor veel bijen in de kast in plaats van buiten. Hierdoor steeg de zwermneiging en het eigen voedselverbruik. Er werd wel voortdurend ruimte bij gegeven in de vorm van verse honingzolders om de zwermneiging toch een beetje af te remmen. Deze honingkamers zijn telkens vlot in gebruik genomen, maar de verzegeling van rijpe honing laat op zich wachten. Hierdoor heb ik nu kempische kasten met drie tot zelfs vijf honingkamers. Echte wolkenkrabbers die met spanriemen aan de bomen zijn vastgelegd. Als dit het resultaat is van de klimaatopwarming en we hiermee moeten leren imkeren, zal ik een hoogtewerker moeten aanschaffen. In elk geval kan ik op deze manier elke week een goede fitnesstraining afwerken.

Momenteel zijn de meeste lindebomen hier al uitgebloeid. Met het mooie weer dat volgende week wordt voorspeld, zal ik binnen tien dagen de zomerhoning kunnen binnenhalen. Tegelijkertijd loopt ook de liguster op zijn einde en is de kastanje volop in bloei. Tot begin juli!

Zomeroogst honing

Vermits de lindenbloei in Gerhagen al enkele dagen achter de rug is en ook de kastanjebloesems massaal afvallen, is daar de zomerdracht voorbij. Het moment om de honing te oogsten is dus aangebroken. Dat heb ik dit weekend dus gedaan. Er stonden vier productievolken en bij twee ervan heb ik de koningin vervangen. Morgen kan ik de behandeling met oxaalzuur doorvoeren en dat was een tweede reden om de honingbakken te verwijderen.

Ik heb in totaal 94 raampjes weggehaald. Kempische honingraampjes weliswaar maar dan toch goed voor iets meer dan 100 kg.

De volken aan het Waterbroek kunnen wachten tot het volgend weekend. Maar dan is het ook daar over en uit voor dit jaar. De laatzomerdracht en herfstdracht mogen de bijen voor zichzelf houden.

Honingoogst

Vanavond heb ik even wat ruimte gegeven aan de bijenvolken. Ik heb de verzegelde ramen uitgehaald. Het viel me wat tegen. Alhoewel de bakken zwaar waren, was er weinig verzegeld. De stootproef was wel negatief. Bij schudden met het raam drupte er geen honing uit. Het vochtgehalte van de honing zou dan voldoende laag zijn. Maar toch heb ik alleen de verzegelde ramen meegenomen. Slechts vier of vijf per volk waren verzegeld. Thuis heb ik met de refractometer de geslingerde honing gemeten en die gaf slechts 16% watergehalte aan. De honing is dus zeker voldoende rijp maar om rijpe honing te kunnen verzegelen, moet er tevens voldoende dracht zijn en dat is wat aan de minieme kant gebleven de voorbije weken. Bijen kunnen slechts voldoende was zweten als ze voldoende energie kunnen opnemen om zo hard te werken. Wellicht ga ik binnen een tiental dagen nog eens kijken. Want als de lindes volop bloeien en er is goede dracht, kunnen ze de rijpe honing wel eens heel snel verzegelen en zodoende toch plaatsgebrek krijgen.

De afname van de honingramen gaat met de beesweeper bliksemsnel. Die aankoop is zeker de moeite geweest. Op anderhalf uur heb ik zo vijftien honingzolders op vier verschillende standen gecontroleerd. Een pufje rook via de open varroabodem of langs het vlieggat en dan kan ik het dak afnemen. De dekplank ligt ook nog op het plastic om bovenbouw op de ramen te voorkomen. Als deze weg zijn, hef ik de verzegelde ramen uit en haal ze door de beesweeper. Als alle verzegelde ramen zijn uitgehaald, kieper ik de afgeveegde bijen in de ontstane open ruimte van de honingbak.

Morgen krijgen ze hun uitgeslingerde ramen terug. Ze zijn dan klaar voor de lindebloesem. De regen van gisteren en vanavond zal worden geapprecieerd door de planten. Maar door de felle onweders met windstoten, lagen er massa’s takken op de weg. Takken vol jonge bloesems. De natuur geeft en neemt. En wij stonden er bij en keken er naar.