Onderzoek bijensterfte

De resultaten van de COLOSS enquête zijn weer bekend gemaakt.

https://gillessanmartin.github.io/misc/COLOSS_dashboard_2022_2023_nl.html#kaarten

Toch spijtig dat de 5,4 % sterfte in mijn gemeente weinig kennis bijbrengt. Slechts 2 imkers die hun verliezen hebben meegedeeld. En dat met een vereniging die meer dan 100 leden telt. Er zullen dus zeker een veelvoud van twee standen op het grondgebied zijn. Zou dat in de andere gebieden ook zo’n vervormd beeld geven? Ik vermoed zelfs dat een aantal bijenstanden niet worden opgegeven omdat de verliezen zo groot waren. Ik hoor verhalen van imkers die alle volken hebben verloren. Als zulk 100% verlies wordt meegerekend, zou er natuurlijk een compleet ander gemiddelde worden gevonden. Maar net daarom weiger ik om mijn verliezen te vergelijken met de gemiddelden van deze enquête. In oude boeken, voor 1980 en dus voor varroa, vind ik ook verliezen van 10 tot 20%. Dat leert mij dat er natuurlijk ook andere redenen zijn waardoor een volk het voorjaar niet haalt. Zelf ervaar ik nu al 14 jaar dat mijn verliezen tussen de 5 en de 10% liggen en dat die steeds te wijten zijn aan een late moerwissel of verlies van de koningin tijdens de winter. En ondanks het feit dat ik mijn koninginnen jaarlijks vervang, daalt dit percentage niet.

Ook dit jaar had ik bij de controles in september twee volken die ik terug controleerde in oktober. Eén had geen broed en de andere had een vijftal gesloten moerdoppen. Bij de controle in oktober kon ik vaststellen dat ze allebei een mooi broednest hadden dat niet achterbleef bij de andere volken die toen weliswaar al aan het verkleinen waren.

Gisteren heb ik even door het plastiek naar de volken gekeken. Er werd niet gevlogen door de regen en een temperatuur van 12 graden. Alle volken bezetten minimaal 5 straten en gemiddeld zelfs 7. Ik tel wel alleen de volledig bezette straten en tel de twee buitenste met slechts enkele bijen niet mee. Het viel me wel op dat 3 volken zelfs al hoog onder het plastiek zaten. De kast had nog een goed gewicht maar ik reken er toch op om dit jaar al een pak deeg op te leggen zodra ik ze heb behandeld in december. Ik ga hiermee vermoedelijk niet wachten tot januari. Verliezen door honger zijn namelijk nooit te verantwoorden.

Bijvoeren

Maart is de maand van wel willen maar vaak nog niet kunnen. Het broednest neemt nu zeer snel toe en het bijenvolk is zeer actief. Er is nog niet zo veel dracht en vaak is het nog te koud of te nat. Het volk verbruikt dus zeer veel voer. Volgende week geef ik de honingzolders en dan kan er niet meer worden bijgevoerd. Maar vandaag heb ik de volken nog eens bekeken en 15 van de 20 hadden hun pak voederdeeg volledig op. Ze kregen dus een ander voor de volgende dagen.

Honingramen insmelten

Vermits ik elk jaar 75% van mijn Kempische honingramen vervang door nieuwe waswafels, ben ik alvast begonnen aan het klaarmaken van de eerste partij. Begin april krijgen alle bijenvolken een eerste honingbak. Deze bevat 12 ramen en in het midden hang ik zes uitgewerkte ramen van vorig jaar. Deze uitgewerkte ramen werden bewaard in afgesloten plastic bakken en ze werden behandeld met azijnzuur tegen de wasmot. Door gebruik te maken van enkele uitgewerkte ramen, kruipen de bijen sneller door het koninginnenrooster naar de honingbak. Zodra ze beginnen met het vullen van de raten met verse nectar zullen ze ook de waswafels beginnen uit te werken. De nieuwe waswafels hangen dus aan de zijkanten. Normaal vullen de bijen eerst de raten in het midden van de honingbak, boven het broednest.

De uitgewerkte ramen zijn behandeld met azijnzuur en daarna leg ik ook nog notenbladeren op de ramen. Er wordt vaak beweerd dat notenbladeren insectenwerend werken.
De nieuwe waswafels worden ingesmolten in de gezuiverde raampjes.
De 120 nieuwe ramen die ik begin april nodig heb, zijn nu allemaal klaar.

De volgende weken, bij deftig weer, verwijder ik de honingbak bij de volken. Deze heb ik tijdens de winter onder de broedbak staan. De ramen die hier in zitten, worden dan allemaal gesmolten. En de propere honingbak kan dan begin april boven een koninginnenrooster worden opgezet.

De stoomsmelter kan 24 ramen tegelijk smelten. De raampjes die dan leeg zijn en tegelijk zuiver gestoomd, kunnen weer worden gebruikt met nieuwe waswafels.

Winterbehandeling tegen varroamijt

Het heeft een beetje geduurd maar vandaag ben ik toch begonnen aan de winterbehandeling. Normaal doe ik deze al in de eerste helft van december. De methode die ik gebruik hangt natuurlijk af van de omgevingstemperatuur op het moment. Diergeneeskundig kan de winterbehandeling niet meer na december en de volken laten sterven door niet of verkeerd te behandelen is vanuit het standpunt van dierenwelzijn zeker niet te verantwoorden.

Vandaag was de temperatuur 10 graden en de bijen zaten zeker niet in een vaste tros. Ook de volgende week is er geen lagere temperatuur te verwachten en daarom heb ik de behandeling via sublimatie doorgevoerd. Druppelen werkt niet goed als de tros niet dicht genoeg is. De bijen geven dan het oxaalzuur slecht door naar elkaar en veel valt zelfs door de tros op de bodem. 5 ml per straat is ook totaal anders als de bijen los zitten op 9 straten of dicht op elkaar in 5 straten. Daarom is er bij deze temperaturen geen degelijk resultaat te verwachten van een druppelbehandeling.

De sublimatie daarentegen werkt anders. Het oxaalzuur wordt onder vorm van een fijne nevel in de kast gebracht en dringt daarentegen zeer goed door een loszittende tros. Er is geen suiker toegevoegd en de bijen geven dit dus niet aan elkaar door. De oxaalzuurkristallen dienen elke bij zelf te bereiken. Bij temperaturen boven 5 graden is de sublimatie veel efficiënter dan de duppelmethode. Spijtig genoeg is deze methode niet toegestaan in vele landen maar dierenziektes niet bestrijden is eveneens verboden.

Natuurlijk moet er veilig worden gewerkt. En met de juiste doseringen. Ik ga dus hier ook geen reclame maken voor de sublimatie maar nood breekt wet.

De bodemschuif gaat dicht. Wel proper vegen om de mijtenval te kunnen tellen na een drietal dagen.
Vermits ik geen vliegplanken gebruik, heb ik er altijd op overschot. Hier heb ik een mousse op geniet. Vliegplank insteken en de vliegopening is afgedicht. Simpel en snel.
De oxamat, een autobatterij, handschoenen, bril en masker.
Gedurende 5’30” wordt het oxaalzuur gesublimeerd. Rood lampje brandt dan. Hierna laat ik de ventilator nog 3’ draaien om de kristallen goed te verdelen in de kast. Ik wacht dan nog 3’ om de kristallen te laten neerslaan alvorens de kap te verwijderen. Mijn gasmasker en bril hou ik gedurende de ganse tijd op en ik blijf op afstand.
Tijdens de verdamping ziet men de mist van kristallen door de plexikap. Pas als deze volledig weg is wordt de kap verwijderd.

Broedloze volken of nog niet?

In normale -vroegere- tijden hield ik de eerste vriesdagen nauwlettend in de gaten. Meestal ergens half november. Deze datum werd dan genoteerd want drie weken later waren de bijenvolken broedloos. De koningin was dan namelijk gestopt met de eileg en de laatste bijen van dat jaar waren dan uitgelopen. De voorbije 13 jaar heb ik steeds een varroabehandeling kunnen doen tussen 5 en 10 december. Zeg maar rond de naamdag van Sint Ambrosius, de patroonheilige van de imkers.

Maar hoe is de situatie momenteel? Het najaar is abnormaal warm. Gisteren vlogen de bijen nog volop. Althans bij de kasten wiens vlieggat een streepje zon kreeg. Er komt vermoedelijk weinig nectar en stuifmeel binnen terwijl de bijen volop energie verbruiken. Hebben ze nog wel voldoende wintervoer en broeden ze nu niet te lang door? Hoe moet dat dan met de varroabehandeling en wanneer moet ik voederdeeg gaan bijgeven?

Reeds meerdere jaren controleer ik de temperatuur van de wintertros om eventueel broed vast te stellen. Met een infraroodmeter uit de bouwmarkt meet ik de temperatuur in de kasten. Eigenlijk meet ik de temperatuur boven de wintertros. Ik hou nog altijd vast aan de belangrijkste les van mijn schoonvader-imker. “Blijf uit de kast als je er niet echt moet in zijn!” En in de winter laat ik ze zeker gerust. Ik ben daarom ook geen voorstander van meetsondes in een tros bijen. Al die elektronische toestanden in de kasten hebben bijen niet nodig. Natuurlijk is meten ook weten, maar er zijn vaak niet-invasieve manieren hiervoor. Net zoals ik langs buiten het gewicht kan meten, meet ik ook langs buiten de temperatuur.

Ik weet uit al mijn vroegere metingen dat de temperatuur in een bijenstraat, tussen twee raten, afhankelijk is van wat er in die ruimte gebeurt. Dat is namelijk omdat geproduceerde warmte stijgt. Tot tegen de dekfolie. Tijdens de winter is een onbezette straat aan de zijkanten in de kast slechts een graadje warmer dan de buitentemperatuur. Deze straatjes worden niet verwarmd en ook daar vriest het. Maar boven de wintertros meet ik steevast een hogere temperatuur. Natuurlijk niet de temperatuur van de troskern vermits de buitenste laag bijen die warmte juist probeert tegen te houden. Maar het is boven die straatjes wel beduidend warmer. Ik heb ondervonden dat de broedloze, met bijen bezette, straatjes een temperatuur boven de tien graden aangeven. Zodra er echter broed aanwezig is, stijgt de meting tot ruim boven de 20 graden. Zelfs 25 graden bij vriestemperaturen.

Vermits ik een beetje ongerust werd over de huidige situatie ging ik vandaag op onderzoek uit. Let wel: dit is op mijn bijenstand en zeker niet overal in Vlaanderen gelijk. Ook de soort kasten zal variaties laten optekenen. Mijn Kempische kasten staan in een vochtig laag gelegen perceel. De buitentemperatuur is er gemiddeld een vijftal graden kouder dan bij mij thuis in de bebouwde kom. Terwijl deze locaties maar drie kilometer in vogelvlucht van elkaar zijn verwijderd.

Buitenkant van de kast omstreeks 9 u vanmorgen: het vriest!
Buitenste straatjes langs de kant: ook vriestemperaturen .
Boven de bijentros, centrale straatjes. Maar ik had dit jaar dikkere plasticfolie gebruikt. Geknipt van dik tafelplastiek. Isoleert dit niet teveel om nauwkeurig te meten?
Plastiek even opgelicht: blijkbaar weinig isolerend.
Het zenuwachtig rondlopend individu op de ramen blijkt een wesp te zijn. Blijkbaar binnengedrongen en nu vrezend voor haar leven. Ik heb ze maar gelaten.

Ik voel me momenteel vrij gerustgesteld. Geen enkele wintertros vertoonde een verhoogde broedtemperatuur. En als ik nog drie weken wacht tot half december ben ik zelfs vrij zeker dat al mijn volken broedloos zijn tijdens de varroabehandeling. Maar ik heb nu ook kunnen vaststellen dat de meeste trossen vooraan zitten en nog tien centimeter onder de toplat. Dit betekent dat ze nog een mooie voederkrans boven zich hebben. Ik kan dus nog wel wachten met het aanbieden van wat voederdeeg tot na nieuwjaar.

De invasieve hoornaar

In Amerika spreekt men tegenwoordig niet graag meer over de Aziatische hoornaar of de nieuwe Japanse. Net zoals het N-woord niet meer mag worden gebruikt. En wellicht moeten we het daarom hier ook maar hebben over de geelpoot-hoornaar. Ik zie ze tegenwoordig dagelijks voor mijn kasten hooveren. Zonder mijn vliegenmepper ga ik trouwens niet meer naar de bijenstand. Maar zonet vloog er een brommend insect thuis onder de veranda. Een goed gemikte mep en het bleek eveneens een invasieve hoornaar. Nochtans heb ik hier in de buurt geen bijenkasten staan. Moet ik nu concluderen dat de soort zich definitief in de streek heeft gevestigd? Heeft de mens al ooit een invasieve exoot kunnen terugdringen ? Zien we nog exotische krabben, nijlganzen of Canadese ganzen? Zijn er nog reuzenbalsemienen of Japanse duizendknopen te zien in Vlaanderen? Natuurlijk! Het is een illusie dat we deze soorten hier nog wegkrijgen.

De wolf moeten we spijtig genoeg aanvaarden. Vroeger waren er ook wolven in deze streken. Maar vandaag lees ik dat ze ook de jakhals al verwelkomen. Dit roofdier is afkomstig uit Oost-Europa. Mag ik dat dan alstublieft klasseren als een invasieve exoot en kan dat dan net zo intensief worden bestreden als de Aziatische hoornaar? Of zou de jakhals fotogenieker zijn dan de hoornaar? Laat ons het maar op houden dat we als mens, de meest invasieve soort ter wereld, moeten leren leven met een wereld die voortdurend in verandering is.

De Aziatische hoornaar

Ze zijn gearriveerd: vanmorgen aan het Waterbroek “hooverde” een donker insect rond een bijenkast. De grijns op zijn fel oranje kop was onmiskenbaar: de invasieve exoot! Ik moest even zoeken naar een brede stok en ondertussen was de schavuit natuurlijk verdwenen. Mijn vrouw spoedde zich naar de Action en met betere wapens trok ik ten strijde.

Op iets minder dan een half uur had ik al twee keer gescoord. Het waren inderdaad de invasieve Aziatische hoornaars.

Blijkbaar zijn er met hun hoofd niet echt bij. Elke slag leverde een onthoofde hoornaar op. Ik heb dan even in de buurt enkele stalletjes onderzocht maar geen primair nest gevonden. Morgen ga ik de honing oogsten en dan plaats ik dadelijk de muilkorven voor de kasten. Misschien werkt het niet maar iets is wellicht beter dan niets.

Eind juni

De zomer is begonnen en de bloemenpracht is dit jaar fantastisch. Zeer warm en vaak een verfrissende bui. Zowel de bloemenweide, de moestuin en de borders gonzen van het leven.

Dit jaar heb ik de bloemenweide ingezaaid in de boomgaard.
Honingbijen zijn natuurlijk van de partij.
Maar ook de vele soorten solitaire bijen. Deze soort verzamelt het stuifmeel onder haar buik. Een zogenaamde buikschuier.
Insecten zijn zijn niet allemaal even klein…
Maar wel allemaal mooi om te bekijken…