Zomeroogst honing

De laatste honing is nu geoogst. De bijen hebben een honingzolder mogen houden met onverzegelde raten of ik gaf ze uitgeslingerde ramen terug. Vandaag na een week heb ik dan die honingbak naar onder verplaatst. Ik zet die dan op de bodem en zet de broedbak er op. Hierdoor hebben ze een volledige broedbak voor hun op te slagen wintervoer en kunnen ze afdalen in de honingbak als ze dat wensen. Tijdens de winter als ze al wat hoger zitten, bevinden ze zich hierdoor ook wat verder van het koude vlieggat.

Volgend jaar in maart haal ik dan die onderste honingbak weer weg. Deze bak is dan leeg en bevat geen bijen. De overwinterde honingramen smelt ik dan allemaal weer uit.

Dit was dan ook het ideale moment om de nieuwe bodems met geïntegreerde hoornaarval te plaatsen. Spijtig genoeg bestaan deze ook weer niet als Kempische variant. Maar met enkele kleine aanpassingen heb ik ze toch op maat gemaakt. Of ze effectief zijn weet ik niet maar ik vond het de test waard. Om de vijf volken heb ik er eentje van zulke bodem voorzien.

Na drie dagen, als de bijen de nieuwe ingang langs voor kennen, open ik de gaten langs de zijkanten. Hier kunnen de hoornaars binnen als ze op verkenning zijn. Langs achter kan de val dan als een schuif worden uitgehaald. Wordt wellicht vervolgd…

Zomerhoning

Vandaag heb ik de laatste honing afgehaald. Vorige week in Gerhagen en vandaag aan het Waterbroek. Het jaar is ondanks de slechte start nog vrij goed meegevallen. De volken zien er gezond uit en gemiddeld brachten ze 26 kg honing binnen. Dit jaar waren en wel grotere verschillen. Sommigen slechts 10 en andere zelfs 50 kg. Met minder volken per stand kan de opbrengst wellicht beter. Maar ik experimenteer ook graag en niet elk experiment blijkt een succes. Dit jaar heb ik de koningin van enkele volken geïsoleerd in een isolatorraam. Het aangeboden raam in de bijenhandel paste echter niet in mijn Kempische kasten. Ik heb ze dan maar zelf gemaakt. Met plastic moerroosters. Ik heb de beide types gebruikt. De dikke gele en de dunne witte.

De opening heb ik voorzien aan de bovenkant. Maar elke week bleek de koningin te zijn ontsnapt uit de gele variant. Drie gele en drie witte en uit de gele kon ze ontsnappen. Het plan is dus nu om meer isolatoren te maken met de witte variant. Want deze werkten wel perfect.

De eerste voorjaarshoning

Door het slechte voorjaar, koud en nat, vlogen de bijen veel te weinig naar buiten. Slechts op één van de drie standen heb ik deze week honing afgehaald. Deze stand was dit jaar omringd door koolzaadvelden en hier was een mooie hoeveelheid honing in de honingzolders aanwezig. Ik heb van vijf kasten ongeveer 40 kg kunnen weghalen.

De ramen heb ik deze keer ontzegelt met de ontzegelvork.
De slinger is een gemotoriseerde radiaalslinger voor 9 ramen.
De honing wordt gezeefd door een dubbele zeef.
Daarna wordt de honing overgegoten in een rijpervat. Na twee dagen wordt de honing afgeschuimd. De kleine stukjes was en dergelijke die nog door de zeef gingen, stijgen naar het oppervlak en kunnen daar worden weggehaald. Afgeschuimd want het ziet er ook een beetje uit als schuim.

De honing moet daarna nog worden geroerd alvorens hij in potten wordt gedaan. De automatische roermachine doet dat in twee tot vier dagen. Tegen het einde van volgende week zijn dus de eerste potten gevuld. Nog wel wat nieuwe etiketten drukken voor het nieuwe jaar met een leuke foto er op.

De jonge koninginnen zijn geboren

Gisteren heb ik de doppen uitgesneden bij de broedafleggers. Ik heb alle ramen behalve het zaagsnederaam met doppen, afgestoten in een emmer en alle bijen besproeid met oxaalzuur. Het zaagsnederaam had ik voorzichtig afgeveegd. Hierna heb ik de doppen uitgesneden en in plastic potjes geplaatst. Op het raam zelf heb ik twee doppen, vlak naast elkaar laten staan. Deze broedaflegger is dus behandeld en heeft weldra een jonge koningin. De bijen die in de emmer zijn behandeld, plaatste ik terug in de kast na enkele honingpotten vol bijen uit te scheppen. Een honingpot bijen goot ik dan in een apideakastje. De apideakastjes waren al klaargemaakt op voorhand. Het voerbakje was gevuld met voederdeeg en de drie raampjes hadden een stripje wasraat gekregen. Uit de drie broedafleggers heb ik 14 apideakastjes gevuld. Sinds vannacht werden de koninginnen geboren. Ik heb ze een nummertje gegeven en in een apideakastje laten inlopen. De kastjes heb ik vanmorgen in de tuin gezet.

De potjes in de couveuse. De potjes liggen plat maar de doppen zijn rijp en dan maakt dat geen moer uit.
Hier zaten twee doppen in het potje. De eerste kwam zelf uit. De tweede gelukkig pas toen ik de dop uit het potje had gehaald.
Even bekomen van de schrik en dan moet ze zich laten oppakken.
Het nummertje op de rug en klaar om naar een kastje te brengen.
Hier kruipt ze tussen de raatjes in het apideakastje.

Update bruidszwerm

Bij nader inzicht is de nieuwe koningin vermoedelijk nog niet op bruidsvlucht gegaan. Drie dagen na de geboorte zou wel heel snel zijn.Eerder is ze vertrokken voor een verkenningsvlucht. En zo kan ze er wel meerdere doen alvorens na ongeveer een week op bruidsvlucht te gaan. Als de zwermdrift van het volk nog niet is opgelost, vliegen de bijen vaak mee. En de zwermdrift was natuurlijk niet weg, want met een geknipte koningin komen alle bijen terug. Zulke bruidszwerm komt volgens de literatuur zelden terug en het volk blijft dan hopeloos moerloos achter.

Ik heb dus geluk gehad. De snel vliegende koningin kan zich, ook volgens de literatuur, soms losmaken van de meevliegende bijenzwerm waarna de bijen allemaal terugkeren. Maar als de koningin de volgende dagen nog enkele keren op de vleugels gaat, zou het toch wel eens kunnen mislopen.

Daarom heb ik gedaan wat ik direct had moeten doen. Ik had al wel een broedraam weggenomen voor de verzamelbroedaflegger maar voor het geval dat niet genoeg zou zijn heb ik toch ook een tweede honingzolder opgezet. Dat was ik bij dit volk eerst niet van plan omdat ze nog vier ramen in de eerste honingzolder niet hadden opgewerkt. Maar zonder open broed om te verzorgen, zou die enige honingzolder toch wel eens snel kunnen vollopen.

Een andere oplossing om een moerloos volk te voorkomen, heb ik ook maar toegepast. Ik heb nog een volledig verzegeld broedraam weggehaald en vervangen door een raam met eitjes uit het naaste volk. Als ze moerloos zijn of worden in de eerstvolgende dagen zullen ze hierop nieuwe moerdoppen aanzetten. Dit raam kan ik dan binnen enkele dagen even controleren.

Verzamelbroedafleggers

De zwermdrift is dit jaar zeer vroeg. Slecht weer dat de bijen belet om uit te vliegen terwijl het broednest maar groter blijft worden. De kasten zitten te vol wat het volk doet besluiten om zich op te delen. Eigenlijk is dit hun normale voortplantingsgedrag. Door het slechte voorjaar is er weinig diepgaande kastcontrole gebeurt. En de zwermdrift werd hierdoor te laat opgemerkt. Reeds twee van mijn volken gaven een zwerm. Mijn geknipte koninginnen vliegen echter niet. De zwerm komt dan s’avonds simpelweg terug op de kast. Het teveel aan zwermdoppen moet dan wel zeer zorgvuldig worden verwijderd om nazwermen te voorkomen. Zo had ik drie dagen geleden bij het verwijderen van de doppen twee jonge koninginnen laten inlopen. De sterkste overwint dan het onvermijdelijk duel op leven en dood. En zo vloog gisteren hare hoogheid dan op bruidsvlucht. Maar vermoedelijk waren alle vliegbijen zo gebrand om nog eens uit te vliegen dat ze prompt mee naar buiten gingen. Een enorme zwerm bijen in de omringende bomen en zelfs de kast was volledig bedekt met bijen. Pas bij het terugkeren van hun koningin kwam de rust weer en trokken ze allemaal terug naar binnen door het vlieggat.

Maar eind april, begin mei is het moment om afleggers te maken. Door broed af te nemen van de bijenvolken en deze broedramen te vervangen door waswafels, probeert de imker de zwermdrift in te tomen. Ik heb van elk volk een raam broed weggenomen en van veel volken zelfs twee. Ik gebruik ramen die bijna volledig zijn gevuld met verzegeld broed. Hierdoor leveren ze snel veel jonge bijen aan de aflegger terwijl er weinig larven moeten worden gevoerd. Samen met de opzittende bijen hang ik ze samen in één kast. Ze krijgen ook nog twee ramen met voer die ik over had na de voorjaarscontrole. Zes tot acht ramen verzegeld broed met opzittende bijen, verplaatst naar mijn andere stand, geven volgend weekend een enorm volk dat maar al te graag koninginnen wil opkweken van mijn beste volken. Het wordt een verzamelbroedaflegger genoemd omdat de ramen uit meerdere volken worden samengehangen. Ik heb er zo gisteren drie gemaakt tijdens de wekelijkse controle van de volken. Aan de stand aan de koolzaadvelden heb ik ook elk volk de tweede honingzolder moeten geven. Volgende week het vervolg over de afleggers.

Vroege zwermdrift

Vandaag nog een mooie dag en drie weken geleden had ik de volken een honingzolder gegeven. Ik had toen ook het darrenraam uitgesneden en dat moest dus dit weekend weer gebeuren. Want na 24 dagen worden al die darren geboren, samen met een massa varroamijten. Daarom snij ik tot en met juni telkens het verzegeld darrenraam uit. Deze wasraat wordt dan terug gesmolten om waswafels van te gieten. Normaal controleer ik dan ook de eerste broedramen naast het darrenraam op zwermcellen. En er waren deze keer bij vier volken al belegde zwermcellen! In de meeste volken was dan ook al zeer veel broed aanwezig. En zodra de koningin te weinig legruimte krijgt, stijgt natuurlijk de zwermdrift. Als het dan ook nog eens te koud is om naar buiten te vliegen, is er nog sneller ruimtegebrek in de kast. Naast deze vroege zwermdrift verbaasde me echter nog meer dat ik bij twee van die volken een tweede honingzolder moest plaatsen. De middelste honingramen waren hier al een paar centimeter verzegeld en de buitenste ramen waren volledig uitgewerkt en bezet met bijen.

Volgende week staat er een verlengd weekend voor de deur en dat zal het moment zijn om broedafleggers te maken voor mijn koninginnenteelt. Vermoedelijk kan ik dan bij nog een paar volken een tweede honingzolder plaatsen. De volgende dagen zal ik me dus wat bezighouden met het insmelten van broed- en honingramen. Elk broedraam dat ik uitneem bij een volk vervang ik immers met een waswafel en een tweede honingzolder bestaat ook uit 12 waswafels. Als dan het weer ook nog eens verbetert, vliegen er meer bijen uit om te foerageren. Tevens zijn er dan meer bijen aan het werk in de honingzolders en kunnen ze weer wat waswafels opwerken. Dit zal de zwermdrift terug iets verminderen.

Vermits ik dit jaar geen volksuitbreiding wens, maak ik geen broedafleggers vanuit een enkel broedraam. Ik zal verzamelbroedafleggers maken en alleen de koninginnen bewaren van de beste volken. Deze ramen worden gemerkt met een punaise. Doppen op de ramen van mindere volken zal ik dan wel verwijderen. Meer hierover later.

Honingzolders opzetten

Begin april. De pruimenbomen staan in bloei, de nasipeer ook al en het eerste bloempje van de kruisbessen heb ik gevonden. Aan de bosrand stond een wilde kers in bloei. Tijd dus om de honingzolders te plaatsen. Maar het was vandaag slechts 10 graden. Temperatuur is echter niet alles. Het was windstil en het regende niet. Bovendien geven ze mooi, droog weer de volgende week met temperaturen boven 10 graden. Dan vliegen bijen en groeit het volk verder . Ze hebben de ruimte nu nodig. Tijdens de werkweek heb ik te weinig imkertijd.

Ik heb dus alle 20 volken een honingzolder gegeven. Centraal zes uitgewerkte ramen en langs beide kanten drie wasplaten. Alle 20 gelijktijdig, klaar of niet. Maar de temperaturen waren wel te laag voor een uitgebreide kastcontrole. Ik heb de voerramen die ze teveel zouden hebben niet geteld en vervangen door wasplaten. Dat hou ik wel voor volgende week. Maar ik heb wel bij elk volk het darrenraam uitgesneden. En daar waren toch al enkele verschillen duidelijk. Het tweede volk dat ik opende had op de beide helften al verzegeld darrenbroed. Sommigen hadden alleen wintervoer in dit raam dat ik toch ook uitsneed. De meesten hadden nog slechts een klein restje wintervoer op het darrenraam en onderaan waren al veel cellen belegd. Ik heb ze allemaal uitgesneden om zo alle volken gelijk te zetten. Vooraleer ik de overtollige voerramen vervang door waswafels moet de dagtemperatuur toch nog wat omhoog.

Bijvoeren

Maart is de maand van wel willen maar vaak nog niet kunnen. Het broednest neemt nu zeer snel toe en het bijenvolk is zeer actief. Er is nog niet zo veel dracht en vaak is het nog te koud of te nat. Het volk verbruikt dus zeer veel voer. Volgende week geef ik de honingzolders en dan kan er niet meer worden bijgevoerd. Maar vandaag heb ik de volken nog eens bekeken en 15 van de 20 hadden hun pak voederdeeg volledig op. Ze kregen dus een ander voor de volgende dagen.

Isolator voor koningin

Om de varroamijt onder controle te houden, verlaten we meer en meer het gebruik van geneesmiddelen. Acariciden of producten tegen mijten hebben namelijk nogal vaak de vervelende eigenschap dat de mijten er resistentie tegen opbouwen. Oxaalzuur, mierenzuur en thymol zijn producten die ook in de natuur voorkomen en de mijt zal hiertegen geen resistentie opbouwen. Mierenzuur en thymol worden in de bijenkast verdampt en deze verdamping is sterk afhankelijk van de temperatuur en vochtigheid in de kast en de omgeving. En als er variatie is in de verdamping is ook de werking zeer variabel. Dit probeer ik dus te vermijden. Oxaalzuur wordt niet verdampt en is daardoor veel zekerder qua dosering. Maar vermits oxaalzuur niet doordringt in het gesloten broed waar de mijt zich voortplant, kunnen we oxaalzuur alleen maar efficiënt gebruiken als het volk broedloos is. In de winter zal dit geen probleem zijn maar we willen behandelen als er veel mijten zijn en dat is in de zomer. Natuurlijk pas na de honingoogst maar dan zijn de bijen niet broedloos. Daarom gaan we ze broedloos maken. Als we de koningin opsluiten gedurende drie weken is het volk zonder broed en kunnen we oxaalzuur perfect gebruiken. Door drie weken voor de laatste honingoogst de koningin op te sluiten, valt alles mooi samen.

Om de koningin op te sluiten zijn er veel manieren. Arrestramen waar de koningin nog kan in leggen of kleinere kooitjes waar ze niet kan leggen. In de kleine kooitjes is er vaak een probleem met de feromonen die de koningin dan onvoldoende in de kast verspreid. De bijen gaan dan redcellen optrekken en dat willen we vermijden. De arrestramen die de koningin wel kan beleggen, moeten dan weer wekelijks worden vervangen en deze manier is bijgevolg veel arbeidsintensiever.

Maar er circuleert nu een isolator die zo groot is als een raam waarin de koningin toch niet kan leggen. Door haar grotere bewegingsmogelijkheid worden haar feromonen beter verspreid. Deze is gemaakt door een zekere Chmary. Ik zou diens isolator graag proberen deze zomer en probeerde er een aan te schaffen. Helaas paste deze niet in mijn Kempische kast zonder dat ik het plastic serieus moest verbouwen.

Ik heb mijn isolator daarom maar zelf gebouwd. Ik vermoed dat vooral de dikte van 1 cm van belang is om te beletten dat de bijen er natuurraat in zouden bouwen. Daarom heb ik geen gebruik gemaakt van originele Kempische raampjes maar heb er enkele gemaakt van 1 cm dik. Langs de beide kanten heb ik moerroosters bevestigd en in de toplat heb ik een taps gat voorzien om de koningin er in en uit te krijgen. De restanten van de moerroosters konden nog dienen voor een andere isolator. Ik hoop dat de foto’s voldoende verduidelijken. Over het effect van deze isolators zal ik in augustus nog wel eens uitweiden. Ik heb er nu dus alvast zes gemaakt terwijl ik mijn honingramen uitsmelt.

Dik plastic moerrooster
Een dun plastic moerrooster. Ook het taps gat in de toplat is hier duidelijk zichtbaar.
De restanten konden tevens dienen mits gebruik van een lijmpistool.
Ook deze restanten zijn aan elkaar gelijmd,