Verhaaltjes over de vrijetijdsbesteding van een gepensioneerde imker-dierenarts met veel liefde voor bijna alles wat groen is. KBO0637510922
Auteur: imkerijhetwaterbroek
Als gepensioneerd dierenarts en natuurgids ben ik al veel bezig met de natuur en dieren. Maar ook in mijn vrije tijd hou ik van tuinieren en mijn vele huisdieren.
Momenteel zijn we bezig aan de laatste honingoogst van dit imkerjaar. Tenminste als we na de lindebloei de honing weghalen. Sommige imkers gaan nog naar de springbalsemienen of naar de heide maar de grote honingoogsten zijn achter de rug. Vermits ik niet reis met mijn bijen naar andere drachten, heb ik alle honingramen weggehaald. In mijn Kempisch systeem plaats ik daarna een honingbak met uitgeslingerde ramen onder de broedbak. De honingramen die overblijven worden allemaal gesmolten. Van deze was kan ik tijdens de wintermaanden nieuwe wasraten gieten. In het volgend voorjaar krijgen ze eerst de onderstaande honingbak bovenop een koninginnenrooster voor de eventuele voorjaarsdracht en hierna krijgen ze nieuwe honingbakken met wasraten. Op die manier wordt ook de was van de honingramen regelmatig vernieuwd.
Het smelten van de honingramen lokt momenteel wel veel wespen naar de wassmelter. Zelfs de Aziatische hoornaar verschijnt regelmatig. De stoomwassmelter produceert zoveel stoom dat de deur van het lokaal op een kier staat. Hierlangs komen de wespen en hoornaars naar binnen. Maar tegen het raam hangend zijn ze een gemakkelijk doelwit voor mijn vliegenmepper.
Deze honingramen moet ik nog allemaal smelten de volgende dagen.De stoomwassmelter kan 26 honingramen tegelijk smelten.
Eind van deze week zijn de laatste koninginnen op bruidsvlucht geweest en zijn ze hopelijk niet ten prooi gevallen aan de hoornaars. Ik kan dan ook alle kasten behandelen met oxaalzuur omdat de volken op dat moment broedloos zijn. Zodra de koninginnen op bruidsvlucht zijn geweest zal ik de muilkorven plaatsen tegen de hoornaars. Er zijn al wel enkele hoornaars voor de kasten maar ik hoop dat mijn tijdschema klopt. Eind juli heeft dan elk volk een nieuwe koningin aan de leg, ze zijn broedloos geweest na de honingoogst en behandeld tegen de varroamijt. Dan kan ik de strijd tegen de hoornaars echt aanvatten.
Tijdens het afvegen van de honingramen heeft mijn Bee Sweeper het plots begeven. Ik heb dan maar verder gedaan met de goede oude bijenborstel maar dat is toch niet echt prettig werken. Vandaag heb ik dan het toestel nagekeken en het was de lithiumbatterij die het heeft begeven. Gelukkig was het een toestel op 12 Volt en hier heb ik natuurlijk wel een oplossing voor.
Met deze autobatterij hoef ik geen nieuw batterijpack te kopen.
Sinds 2004 imker ik met dezelfde bijen. Een lokaal aangepaste soort. De pure straatbij dus. Ik probeer mijn bijen wel zo gezond mogelijk te houden en mijn wintersterfte bleef steeds onder de 10 %. Het jaarlijks vervangen van de koningin draagt hier ook toe bij. Een jonge koningin zorgt voor een beter wintervolk vermits ze in het najaar nog op volle legcapaciteit is. Het volgende voorjaar gaat ze ook minder snel in zwermstemming komen en bijgevolg meer honing produceren. Vanaf half juni verwijder ik de nu overjaarse koningin en het volk mag zelf beslissen met wie ze verder gaan. Uit zogenaamde redcellen maken ze een nieuwe koningin. Natuurlijk willen ze zo snel mogelijk een nieuwe koningin en bijgevolg maken ze ook redcellen aan op larfjes van 1 tot zelfs 3 dagen oud. Maar ik wil natuurlijk wel een koningin die vanaf haar eerste larvedag voorbestemd werd tot koningin. Een larve dus die vanaf dag 4 tot dag 9 met pure koninginnenbrij is gevoederd. Om dit te bekomen, open ik de kast op de vijfde dag en breek alle gesloten doppen. Vermits de koninginnendop wordt gesloten op dag 9, waren deze doppen gemaakt op dag 4 en dus al een larfje. Alleen de open doppen laat ik op dat moment staan. Die werden aangemaakt op eitjes en krijgen als larve de perfecte voeding om koningin te worden. Een eitje van dag 3 plus 13 dagen levert me op dag 16 dus een nieuwe koningin op. 13 dagen na het verwijderen van de oude koningin open ik alle doppen die ik tegenkom in de kast. Sommige zijn al open, soms zijn er opengebeten door de bijen, soms heeft de eerstgeboren koningin de andere door de dopwand doodgestoken, sommige zijn nog niet volgroeid en zouden kunnen leiden tot het afkomen van nazwermen wat we zeker niet willen. In het eerste filmpje toon ik hoe ik de beroker aansteek. Het tweede filmpje toont hoe ik te werk ga om die doppen te breken op de dertiende dag.
Gisteren hebben we de erwten en peultjes naar huis gehaald en vervangen door winterprei. Deze maand kan er al wel dagelijks een verse groente op tafel worden gezet. Sla zijn we ondertussen wel even beu. Maar de look en de sjalotten zijn ook al binnen. Ze zijn reeds vervangen door boerenkool, palmkool en spruiten. Deze maand nog worden alle wortelen, knolvenkel en koolrabi’s geoogst. De nieuwe voor het najaar zijn al gezaaid. Warmoes en rode bietjes zijn ook klaar voor de oogst maar die worden voortdurend nieuw gezaaid. De uien en aardappelen zijn weldra klaar. Bloemkool en broccoli is bijna allemaal opgegeten maar er zijn al nieuwe geplant. Rode kool, spitskool en groene kool duurt nog even. Onze moestuin kan ons bijna het ganse jaar van verse groenten voorzien. Maar het is vooral een leuk tijdverdrijf.
5 soorten aardappelenRode bietjesUien en boerenkoolGroene selder en komkommersKnolvenkelTuinbonenSpitskoolZomerwortelenTomaten, paprika en komkommerBonen en slaPastinaak, schorseneren en slaBroccoliZomer- en winterpreiCourgetteRode koolPompoen
Vandaag heb ik de laatste koninginnen uit de kasten gehaald die vorig jaar geboren waren. Elk jaar overwinter ik namelijk alleen volken met een jonge koningin. Mijn koninginnen worden ook zo snel als mogelijk gemerkt en geknipt. Het kleurmerk blijft niet altijd even goed zichtbaar maar vermits ze geknipt is, weet ik wel dat het de koningin is van het voorbije jaar. Kom ik een ongeknipte tegen is het sowieso een nieuwe jonge koningin. Waarom knippen van een stukje vleugel? Een koningin verlaat het nest niet meer na haar bruidsvluchten en het knippen van een halve vleugel stoort haar helemaal niet. Maar als het volk wil zwermen, valt ze enkele meters voor de kast op de grond en de bijen keren dezelfde dag nog terug naar de kast. Het volk is bijgevolg nog even groot en de honingvoorraad eveneens. Ik moet dan slechts de overtollige zwermdoppen breken om nazwermen te voorkomen.
De meeste van mijn volken hebben echter niet gezwermd en zijn daarom in juni nog steeds voorzien van hun oude koningin. Deze neem ik in de tweede helft van juni weg. Na 24 dagen is er in dit moerloos gemaakt volk geen verzegeld broed meer en kan er worden behandeld tegen de varroamijt met oxaalzuur. We zijn dan echter al half juli en ook de honing is al weggehaald van het volk. Ideaal dus om te behandelen. Zonder varroa en met een nieuwe jonge koningin kan het volk beginnen met de aanmaak van gezonde winterbijen.
Er zijn natuurlijk wel een paar volken die al door zwermen een nieuwe koningin hebben aangemaakt en deze volken zijn dus niet broedloos na de honingoogst. Van deze volken die al een jonge koningin hebben, haal ik in juli wel alle broed weg en vervang dit door nieuwe raat. Ze zijn dan eveneens broedloos en kunnen ook worden behandeld tegen de varroamijt met oxaalzuur. Deze volken hebben dus een jonge koningin, ze zijn behandeld tegen de varroamijt maar ze hebben bovendien ook nog eens een groot aantal nieuw wasraat gekregen.
Er is echter nog een derde type volk op mijn bijenstand en dat zijn de broedafleggers. Deze jonge volken hebben een behandeling gekregen met oxaalzuur, 24 dagen na hun ontstaan en zijn nog steeds varroa-arm. Ze werden gestart met slechts drie wasraten en hebben al de andere nieuw uitgebouwd. In deze volken doe ik voorlopig niks. Ze worden niet meer broedloos gemaakt maar krijgen dan in september wel een behandeling met mierenzuur. Dit product doodt namelijk ook de varroamijt in het verzegeld broed.
Toen ik in 2004 begon als helpend imker bij mijn schoonvader-zaliger had ik geen idee dat dit een passie zou worden. De bijen in zijn kasten waren simpelweg komen aanvliegen als intrekkende zwermen. Nooit werden er bijenvolken aangekocht of eilandbevruchte koninginnen gebruikt. Elke nieuwe koningin werd geboren in het eigen volk en werd plaatselijk bevrucht door darren uit de omgeving. Natuurlijke aanparing noemt men dat. Er werd niet gereisd met die volken en de kasten stonden jaar in jaar uit op dezelfde plaats in zijn tuin. En voor mijn beleving was dit de enige mogelijke manier om lokale honing van de lokale imker te produceren.
Sindsdien ben ik hier nooit van afgestapt. Mijn bijen zijn afkomstig van die bijenvolken uit 2004 en ze zijn nooit vreemd gegaan. Alle koninginnen zijn lokaal geboren, lokaal bevrucht en alle volken blijven continue op dezelfde plaats. De honing die ze produceren is dus de echte lokale honing van de lokale imker. En zelfs de imker is van zuiver Looise origine.
Het honingetiket op een potje honing dient te voldoen aan een uitgebreide wetgeving. De verwijzing naar een lokale productieplaats mag ook alleen maar worden gebruikt als die honing uitsluitend uit die locatie afkomstig is. En net daarom gebruik ik op mijn etiket de benaming ‘Looise’ honing. De nectar die mijn lokale bijen verzamelen, is puur afkomstig van het grondgebied Tessenderlo.
Ik geloof wel niet dat honing van de lokale imker gezonder zou zijn. Maar waarom zouden we honing van over de hele wereld aanvoeren als er lokale productie is? Het is immers niet zo dat de pollen in lokale honing beter zijn voor hooikoortslijders. Deze mensen zijn vooral gevoelig aan de pollen van windbestuivende planten en niet aan die van insectenbestuivende planten. Bijen verzamelen geen nectar van grassen of berken en bijgevolg zitten deze pollen ook niet in de honing. En de zeer vroege stuifmeelpollen van bijvoorbeeld hazelaar worden door de bijen zelf verbruikt vermits er op dat moment nog geen honingproductie is. Maar honing is gewoon LEKKER toch.
De moestuin krijgt soms regen of wordt besproeid en alles ziet er prima uit. Zelfs de mol blijkt heel gezond te zijn. Aan het aantal molshopen te zien toch. De sla zijn we ondertussen een beetje beu en de grootste kroppen die beginnen door te schieten, neem ik mee voor de kippen. De broccoli’s zijn al voor een deel op tafel beland en de planten zelf dienen voor de konijnen als amuse. Dagelijks worden er ook aardbeien geplukt en regelmatig peultjes. De eerste venkels heb ik vandaag mee naar huis genomen. De tomaten zijn aan de tweede bloementros bezig en de courgettes hebben al een paar kleine vruchten.
Het fruit dat nu wordt geplukt, zijn natuurlijk de aardbeien, de kersen, de rode bessen, de eerste frambozen en de ‘krenten’ van de krentenbooompjes.
De voorbije dagen heb ik de verzegelde honingramen uit de volken gehaald om ze te slingeren. Deze honing heeft nog 16 à 17% relatieve vochtigheid in zich en is dus compleet rijp. Vorig jaar toen het ganse drachtseizoen was uitgeregend, bleef de relatieve vochtigheid van de honing vaak steken rond de 18 %. Hoe minder vocht en dus hoe meer suikers bevattend, hoe beter de honing kan worden bewaard. Honing moet officieel een vochtgehalte hebben lager dan 20% of het mag niet worden verkocht als honing. Deze honing zou veel te snel beginnen gisten en kan nog hoogstens als bakkershoning worden gebruikt. Maar blijkbaar gaat dat dus dit jaar geen probleem geven. De voorjaarsdracht is dit jaar in elk geval subliem gebleken.
Ik heb vorige week de eerste honing van dit jaar geoogst. Deze voorjaarshoning die vooral van wilgennectar is opgehaald, wordt normaal uit zichzelf zacht smeerbaar als hij kristalliseert. Ik heb de honing na twee dagen rijping en afschuimen in een roerder gegoten. Deze machine roert 15 minuten per uur waardoor te grote kristallen toch worden vermeden. Die honing sla ik nu op om later te kunnen mengen met vloeibare zomerhoning waardoor ook deze zacht smeerbaar kan uitkristaliseren. Af en toe vraagt iemand me om deze smeerbare honing.
Maar het overgrote gedeelte van mijn honing wordt vloeibaar verkocht. Deze is immers niet bewerkt, niet geroerd gedurende meerdere dagen waardoor er ook geen verlies is van geur of smaak. De honing wordt rechtstreeks uit het rijpervat luchtdicht verpakt en opgeslagen in de kelder. Deze containers bevatten ongeveer 15 kg honing. Ook op deze manier gaat de honing uiteindelijk kristalliseren maar door de luchtdichte verpakking gedurende 48 u te verwarmen au-bain-marie aan 35 °C is hij terug vloeibaar zoals hij oorspronkelijk uit de bijenkast kwam. Die 15 kg container levert dan telkens 30 glazen potten. Slechts 30 potten die kunnen vallen en breken.
Deze emmers breken niet zo snel als glas natuurlijk.In de emmer gebruik ik nog een zak die in grootkeukens wordt gebruikt. Alle kunststof is natuurlijk voor gebruik in de voedingsnijverheid. Licht- en luchtdicht dus.De bain-Marie stel ik in op 35°C. Dan gaan er geen enzymes verloren. Lucht en licht is er op dit moment nog niet omtrent geweest.
Waarom nu Looise honing? Een honingetiket moet voldoen aan een strikte regelgeving. Naast de verplichte vermelding dat hij uit België afkomstig is, mag er een geografische verwijzing worden gebruikt als de honing voor de volle 100% uit die regio komt. Vermits ik over 2 standen beschik in Tessenderlo en niet reis met mijn volken, kan ik de benaming van Tessenderlo gebruiken en Looi is de naam die wij als looienaars zelf gebruiken voor ons dorp. De ene stand is gelegen aan het Waterbroek (vandaar de imkerijnaam) in het oostelijk deel van Tessenderlo en de andere is gelegen aan de westelijke kant in Gerhagen. Met een normaal vliegbereik van 3 km rond de bijenkast bestrijken mijn bijen op die manier bijna gans Tessenderlo.
Vraagt het niet veel tijd om elke week die bijenkasten te openen en te controleren? Daar kruipt toch veel tijd en werk in? Deze vraag wordt me vaak gesteld. Natuurlijk door niet-imkers. Want het is geen werk, het is een hobby, een passie. En dan is de tijd van geen tel. Toen ik nog ritjes maakte met de motor, keek ik ook niet naar de tijd. Het kon immers niet lang genoeg duren. Hetzelfde geldt vermoedelijk voor elke hobby.
Ik heb vandaag een twintigtal bijenvolken nagekeken en het gewriemel van die duizenden lijfjes op hun raten, maakt me alleen maar zeer rustig. De tijd wordt vergeten en er is alleen maar even een stressmomentje als de smartphone een geluid maakt.
Elk volk heeft ook zijn eigen verhaal. Wat heb ik vorige keer opgemerkt en waar moet ik deze keer op letten? Is het darrenraam nog normaal uitgebouwd of is er een begin van zwermneiging te zien? Zie ik nog eitjes in de cellen? Dan zal er nog wel een koningin zijn in het volk. Kom ik ze tegen, dan sluit ik ze even op in een kluisje om ze bij de rest van de controle niet te beschadigen. Want er is natuurlijk maar één koningin in een bijenvolk. Zie ik koninginnendopjes op de raten? Zijn ze niet belegd met een eitje dan noemen we dat slechts speeldopjes. Zijn ze wel belegd dan noemen we het zwermcellen als de koningin nog aanwezig is. Maar dan wil ze wel vertrekken met de helft van haar volk binnen een paar dagen. Ik maak op dat moment een tussenaflegger of een koninginnenaflegger. Beslissingen neem ik op het moment zelf. Is de koningin niet meer in het volk, dan maken de bijen redcellen aan van belegde werkstercellen. De koninginnen die hieruit worden geboren zijn niet altijd even goed van kwaliteit. Ik kan er dus voor kiezen om alle redcellen te breken en te vervangen door een andere, beter opgekweekte, koningin. Ook deze beslissing wordt weer gemaakt op het moment zelf.
Aan jonge beginnende imkers raad ik steeds aan om op zo’n moment de kast dadelijk dicht te doen. Voor de imker een kast opent, dient hij te weten wat hij gaat doen of verwacht te zien. Wordt er iets anders opgemerkt, moet er een beslissing worden genomen. Dat kan ook nog de volgende dag of dagen na rijp beraad met andere imkers, zijn boeken, of zijn PC.
En natuurlijk met zijn agenda. Want dat is toch het allerbelangrijkste instrument van de imker. Vandaag heb ik gemerkt dat vier volken een extra honingzolder nodig hebben. Dat is werk voor morgen of overmorgen. De jonge volkjes die eten nodig hebben, hoef ik niet te noteren want eten heb ik steeds bij. De broedafleggers die zijn gemaakt moeten na 24 dagen worden behandeld tegen de varroamijt. Die datum staat in de agenda. Ook wanneer je overtollige doppen dient te verwijderen, staat genoteerd. Zeer veel acties vereisen namelijk dat je ze op de juiste dag doorvoert. En als je als imker niet elke dag kan beschikbaar zijn, zul je elke actie die je in gang zet goed moeten uitrekenen om de volgende stap op je vrij moment te kunnen doorvoeren.
Deze dop in een broedaflegger is langs opzij open geknaagd en de bijen zijn zeer rustig. Er is in dit kleine volkje al een koningin geboren en de bijen hebben de overige koninginnendoppen zelf verwijderd. Ze zijn omdat ze met zo weinig zijn niet van plan om zich op te splitsen en te zwermen. Ik zoek dus niet verder want weet toch wanneer ik de kast terug moeten openen. Namelijk 24 dagen na het maken van dit volk om ze te behandelen tegen de varroamijt. Ongeveer een week later kan ik dan de leg van de nieuwe koningin beoordelen.
Het enige dat de jonge volkjes nodig hebben is voedsel en dat hebben ze voortdurend ter beschikking. Onder de vorm van voederramen uit andere volken of als siroop in een voederbakje. De siroop kan commercieel worden aangekocht of zelf worden gemaakt. Voor die jonge volkjes kan dat zelfs beter met een 1:1 suikeroplossing in plaats van die dikke siroop. Dus 1 kg suiker in 1 liter water. Maar ook honing kan natuurlijk dienen en op de vorige ledenvergadering heb ik weer een fijne tip opgevangen. Met dank aan Eddy Nowicky. Honing in een voederbak en afdekken met een enkel laagje papier van een keukenrol. Deze bestaat vaak uit 2 lagen papier. Eén laagje leg ik op de honing en de bijen kunnen zich niet meer verkleven aan de honing maar likken het ganse bakje zuiver en kurkdroog. Het papiertje laten ze mooi droog gelikt achter.
Drie potjes honing en een enkel laagje keukenpapier. Het tussenschotje is natuurlijk verwijderd uit dit voerbakje.
De eerste afleggers zijn gemaakt. Er staan al een paar apideakastjes met jonge koninginnen klaar en de eerste voorjaarshoning is binnengehaald. Momenteel staat de meidoorn, de wilde kastanje en de acacia in volle bloei. De bijen werken als een tierelier. De bessenstruiken en de fruitbomen zijn goed bevlogen de voorbije weken. Spijtig dat het vermoedelijk te droog begint te worden voor een mooie vruchtzetting. Een paar regendagen mogen wel eens gaan komen voor de fruitboeren. Maar de imkers hoor je nog niet klagen.