December 2025

We zijn bijna half december en de temperaturen zijn abnormaal hoog. Nog steeds vlot 10 graden halend en volgens de voorspellingen nog zeker 10 dagen. De bijen waren hier in het verleden steeds broedloos in december. De koningin stopt meestal met leggen als het volk op wintertros gaat. En ze gaan op tros als de temperaturen onder 5 graden liggen. Daarom hebben we steeds uitgekeken naar de eerste vrieskou in november om zeker te zijn dat ze dan drie weken later zonder broed zijn. Meestal kon ik dan behandelen rond sinterklaas of beter gezegd rond sint Ambrosius. Meestal is het dan minder dan 5 graden. De bijen zitten dan op tros en men kan door bedruppeling met oxaalzuur goede resultaten behalen.

De situatie is de voorbije jaren echter duchtig veranderd. Met temperaturen rond 10 graden is er geen wintertros. Gisteren vlogen de bijen zelfs even buiten. In november hebben we echter wel een koude week kunnen noteren en er is dus een kans dat ze toch broedloos zijn. Behandelen met oxaalzuur is dus zeker aan de orde. Alleen zitten de bijen niet op tros en bijgevolg werkt bedruppelen met oxaalzuur niet goed genoeg. Boven 5 graden wordt altijd aangeraden om te verdampen. Alleen is dat in België blijkbaar nog altijd een probleem. Of varroa nu verplicht moet worden bestreden of niet, is niet de kwestie. Elke dierenhouder heeft tenminste de morele plicht om zijn dieren gezond proberen te houden. En dat geldt dus even goed voor een imker.

De kasten die op dit moment leeg zijn, door virusbesmettingen, varroa, hoornaars of gelijk welke andere oorzaak, worden best direct opgeruimd. Ze laten staan, trekt alleen maar andere vuiligheid aan. Selecteren van ramen met voer of mooie ramen bewaren, om ze later aan andere volken te geven, doe ik nooit. Om elk risico op een kruisbesmetting te voorkomen, smelt ik alle ramen dadelijk uit. Deze week vond ik zo een lege kast bij het opleggen van voederdeeg. Het was een aflegger die veel last heeft gehad van de hoornaars en bijgevolg steeds kleiner werd. Verenigen van een zwak volk met een gezond volk doe ik uit principe ook nooit. Ik beschouw dit als een vorm van selectie. De broedbak en de onderstaande honingbak levert me nu tenminste nog een behoorlijke hoeveelheid was op om nieuwe waswafels te maken.

Bemerk boven op de toplatten de wasmotlarven. Ze zijn klaar om binnen enkele weken de ganse bak met wasramen te vernielen.
Er gaan 24 ramen in mijn stoomwassmelter: een volle broedbak en honingbak tegelijk.
Het resultaat aan was. Toch iets teveel om aan de wasmotten te geven.

Juli de “zuurmaand“

Het is weer eind juli. Het drukke bijenseizoen loopt op zijn einde. Na de laatste zomeroogst gaan veel imkers met allerlei zuren in de weer. Bestrijding van varroamijten met chemische middelen kan nu eenmaal niet als er honing wordt geproduceerd. En zelfs al zijn oxaalzuur en mierenzuur van nature wel iets aanwezig in honing, toevoegingen door de imker zijn natuurlijk uit den boze. Daarom nemen veel imkers deze zuren ter hand naar het einde van de maand juli. “Ter hand” is met een korrel zout te nemen want het betreft hier zeer corrosieve en gevaarlijke producten.

Vandaag wil ik het hier echter niet hebben over de varroabestrijding maar over de bestrijding van de wasmot. Ook dit kan met een zuur: azijnzuur. Dit is actief tegen de wasmot, haar larven en bij uitbreiding gaat ook nosema er aan ten onder.

Als we geslingerde honingramen wensen te bewaren, kan dat op meerdere manieren. Vroeger bewaarde ik ze in een gesloten diepvrieskist. De eerste week liet ik deze nog draaien en daarna zette ik de stroom uit maar liet de kist dicht tot in het voorjaar. Momenteel is deze vriezer echter aan vervanging toe. Het was al een oudje. Maar mede door de hoge elektriciteitsprijzen van tegenwoordig, besloot ik terug te gaan naar vroeger.

Ik laat zoals steeds de ramen natuurlijk volledig drooglikken door de bijen. Hierna sluit ik ze in plastic bakken met azijnzuur.

Azijnzuur in een bijna 100% oplossing is bijna watervrij. Deze vloeistof is eveneens zeer corrosief en verdampt zeer snel. Onder 17 graden wordt het echter een vaste stof. Het bevriest als het ware. Daarom noemt men het vermoedelijk ijsazijn. Maar indien de vloeistof volledig trillingsvrij kan afkoelen blijft ze vloeibaar. Tot de vloeistof bij een minieme aanraking van de fles plots stolt. Je hoeft de fles dan niet weg te gooien, er is niks mis mee. Bij opwarmen wordt de massa gewoon terug vloeibaar.

Ik plaats boven de ramen een schoteltje met een spons. Deze spons zorgt voor een gelijkmatiger verdamping maar voorkomt vooral calamiteiten. Bij oppakken of omstoten van een bak of stapel gutst er dan geen etsende vloeistof uit het schoteltje. Wel af en toe een kleine controle van de bakken en eventueel eens bijvullen. In het voorjaar even verluchten is voldoende alvorens ze terug te geven aan de bijen.