De eerste koninginnen van de AH zouden zijn opgemerkt. Het moment dus om de vallen te voorzien van vlees. Ze zijn nu minder aangetrokken tot de zoete lokstoffen maar zijn verzot op vlees. En als we de verhalen mogen geloven van Aziatische marktjes zitten ze daar massaal op de aangeboden vis. Daarom heb ik tijdens een voorbije reclamecampagne bij Lidl een paar stukken pangasiusfilet gekocht. Ze lagen in de vriezer te wachten tot ik ze nodig had. En nu is het moment dus gekomen. In de selectieve hoornaarvallen die massaal zijn gebruikt in het voorjaar met 1/3 wijn, 1/3 bier en 1/3 grenadine, wordt nu best vis toegevoegd. Even besproeien met een beetje Trapit blijft natuurlijk een extraatje. Maar ook de grote fuik die ik gebruik op een oude honingzolder met enkele kapotte ramen, voorzie ik nu van vis.
De honingbak wordt nu vervangen door een oude emmer waar ik de vis kan in leggen. Langs de zijkanten heb ik een paar gaten geboord waarlangs de AH kan binnenvliegen. Foto’s volgen nog.
Een steen in de emmer als gewicht voor de stabiliteit en lokstof op de bodem.De hoornaars kunnen de val binnendringen langs de gaten aan de zijkanten van de emmer.
Momenteel beginnen ze weer te ‘hooveren’ voor de kasten om een volgeladen, thuiskomende bij te grijpen in de vlucht. Imkers kunnen natuurlijk met een badmintonracket voor de kasten plaatsnemen en op die manier zeer veel badmintonervaring op doen. Maar wat als we er niet zijn? Daarom heb ik momenteel voor elke kast een muilkorf gehangen. De bijen voelen zich veilig op de vliegplank en kunnen op die manier toch nog de noodzakelijke airconditioning toepassen voor het broed in de kast.
Maar nog veel belangrijker vind ik de plaatsing van de selectieve vallen op de bijenkast. Op élke bijenkast. De AH vliegt weliswaar niet in het donker maar als de bijen in de vroege ochtend of late avond niet meer actief zijn, vliegen er wel nog steeds hoornaars. En als deze worden aangetrokken door de val worden ze natuurlijk uitgeschakeld. De gevangen hoornaar keert niet terug naar haar nest om broed te verzorgen. Het is misschien een druppel op een hete plaat maar wie het kleine niet eert…
De voorbije dagen is me echter opgevallen dat het lokmiddel trapit sterker lokt dan aanvliegende bijen. Telkens ik bij de bijenstand kom, heb ik een spuitbus bij me met trapit. Ik spuit een klein straaltje in de inlooptunneltjes van de vallen en letterlijk terwijl ik er bij sta, bevat elke val één of meerdere AH. Het is in elk geval effectiever dan even voor de kasten met een racket te posten.
Deze val bevatte na een uur zelfs al drie AH’s. Maar élke val bovenop de 21 kasten bevatte er minstens 1 op een paar uur.
Normaal plan ik eind april, begin mei het maken van de afleggers om de opkomende zwermneiging te onderdrukken. Het merendeel van mijn volken hebben al een tweede honingbak gekregen wat eveneens de zwermneiging wat kan onderdrukken. Drie volken hebben zelfs al een derde honingbak gekregen. Aan verzegelen van rijpe honing komen ze wel nog niet toe. Wellicht zijn ze veel te druk met het aannemen van de binnenkomende nectar en stuifmeel. Pas als er verzegelde honingramen kunnen worden weggenomen, stop ik met het toevoegen van extra honingbakken. Tot zolang is een volgende honingbak de enige manier om meer ruimte te geven. En juist deze drie volken vertonen al wat zwermneiging aan het aantal opgerichte zwermdopjes te zien. De fase van speeldopjes zijn ze gepasseerd zodra de binnenkant mooi glanzend is gepoetst. Ze zijn dan klaar om belegd te worden. Ik heb er alvast een aflegger van gemaakt, maar ook de andere volken zullen volgende week broedramen dienen te doneren voor de afleggers. Op die manier verliezen ze bijen en broed en krijgen ze weer nieuwe uit te bouwen waswafels waardoor de zwermneiging vermindert.
Vermits ik voldoende volken heb en niet meer wens te vermeerderen, maak ik enkele verzamelbroedafleggers. In deze afleggers kan ik dan mijn nieuwe koninginnen kweken om in de zomer mijn volken van een nieuwe koningin te voorzien. Een filmpje van deze actie zal nog wel volgen.
Het droge voorjaar zorgt momenteel voor een ongestoorde dracht waarbij zeer veel nectar en stuifmeel binnen komt. De bijen hebben nog geen enkel moment hun haalvluchten moeten staken door een regenbui. Vermoedelijk zijn er wel wat bloesems die door de droogte minder nectar afgeven maar er zijn in elk geval ook geen bloesems van de bomen geregend. Zo waren er vorig jaar tijdens de wilgendracht weinig droge momenten en zijn bij sommige felle regenbuien ganse wilgen hun katjes verloren. Elk jaar is weer anders en als imker dienen we ons aan te passen.
Wat de hoornaarkoninginnen betreft, ben ik gestopt met tellen. Met 11 koninginnen gisteren op één stand, tel ik ze niet meer. Vandaag zat er zelfs een koningin in de val luttele minuten nadat ik ze had leeggemaakt. En de selectiviteit van mijn zelf gemaakte vallen is prima. Al twee keer heb ik een Europese hoornaar vruchteloos zien proberen om in de val te raken. Maar deze koningin is dan ook merkelijk groter en kan niet door de toegang van 8mm.
De Europese moet zich elders gaan verzadigen.
Deze selectieve vallen om in het voorjaar koninginnen te vangen blijven nog tot eind mei in gebruik. Daarna plaats ik andere lokvallen voor de eerste werksters. Deze worden wel op een afstand van de bijenvolken gezet om ze alvast niet naar de bijenkasten te lokken.
De volgende week gaan de temperaturen omhoog. Een ganse week boven 10 graden en geen nachtvorst meer. Dan is nu het moment gekomen om de selectieve hoornaarvallen te plaatsen. De overwinterde koninginnen worden actief en gaan op zoek naar een plekje om hun eerste nestje op te starten. Ergens in een houtkant, een houtstapel of in een oud stalletje of tuinhuis. Het kan echt overal. Als het zoals nu vrij vroeg zacht weer wordt, zijn ze er al snel. Mocht het binnen enkele weken dan nog eens serieus vriezen, zouden die primaire nestjes wel eens kunnen afsterven. Maar daar kunnen of willen we niet op hopen. Daarom proberen we zo veel mogelijk koninginnen te vangen. Elke gevangen koningin in het voorjaar is een nest minder in de zomer.
Ik gebruik als lokmiddel wijn, sinaasappelsap, limonadesiroop en een pot honing, aangevuld tot 10 liter met water.Het lokmiddel trapit gebruik ik als spray op de ingang van de vallen.Een val bovenop de houtstapel.Bovenop de reservekastenVlak bij de serre
En verder nog overal in en naast alle koterijen die Vlaanderen rijk zijn. Elke week moeten ze worden gecontroleerd en bijgevuld.
Ik heb ondertussen al veel manieren geprobeerd en zal deze nu hier even toelichten.
De selectieve vallen dienen in het voorjaar om de wakker geworden koninginnen weg te vangen. Vanaf begin maart plaats ik deze selectieve vallen op meerdere plaatsen. In de buurt van de bijenstand hoeft niet speciaal want de koninginnen zijn niet op zoek naar honingbijen. Ze zoeken slechts energie om hun embryonaal nest op te starten. Daarom plaats ik de selectieve vallen in de buurt van houtstapels, tuinhuizen, stalletjes in weilanden en overal waar ik ze mag plaatsen. Ik vul ze met suiker voor de benodigde energie en voeg alcohol toe om honingbijen zelf ervan weg te houden. Als suikerbron kan kristalsuiker worden gebruikt of gelijk welk vruchtensap, maar ik gebruik liever honing. De alcohol komt van wijn of bier. Dit mengsel bewaar ik in een 10 liter bidon. Tweemaal per week controleer ik dan deze vallen en vul ze bij. Als toemaatje spray ik telkens wat trapit (commercieel wespenlokmiddel) in de vallen. Met een liter van dit lokmiddel in een plantenspray doe ik op deze manier een gans jaar. Ik plaats en beheer van maart tot mei twintig vallen in de omgeving.
Vanaf mei plaats ik een grote val om de eerste werksters te vinden. Deze staat best niet aan de bijenstand. Enorme hoeveelheden hoornaars heb ik hier vorig jaar mee gevangen. De fuik van 6 mm gaas staat op een honingbak met oude raat. De aangetrokken hoornaars verlaten deze bak langs boven en komen dan in de fuik terecht.
Nu wordt het tijd om het nest te gaan zoeken met lokpotten. Dat is een ander verhaal en dit jaar had ik daar niet de tijd voor. Maar het volgende strijdmoment is na de laatste honingoogst in juli. De eerste hoornaars komen rondsnufffelen aan de kasten en tegelijk beginnen de bijen zelf ook aan een zoektocht naar zoetjes. Sommige volken gaan op rooftocht en de zwakkere worden beroofd. Dat probeer ik te voorkomen met mijn muilkorven. Belangrijk om rekening mee te houden is dat ze niet worden geplaatst als er nog darren in het volk aanwezig zijn of een koningin nog op bruidsvlucht moet. Want door een maasgrootte van 6 mm kunnen ze niet naar buiten. De eerste muilkorven heb ik gemaakt van 6 mm gaas en die werken prima. Dit jaar had ik een ander type gemaakt met gaas van 8 mm waar de hoornaar wel in kon maar dan werd weggevangen in twee flessen langs de zijkant. Voor de bijen was dit wel gemakkelijker om te passeren maar ik heb zeer weinig hoornaars in deze flessen weggevangen. De moeilijker constructie was niet de moeite waard. Volgend jaar ga ik terug naar de muilkorven met 6 mm gaas.
Waar ik dit jaar ook veel succes mee had en hoornaars mee kon wegvangen was met de selectieve vallen. Ik plaatste letterlijk op elke bijenkast een selectieve val van augustus tot eind november. Elke dag dat er weinig bijenactiviteit was wegens regen of avond, kwamen de zoekende hoornaars in de vallen terecht. Soms een tiental per val en dat op elke bijenkast.
Om een idee te geven van de activiteit op mijn bijenstand kan je hieronder even bekijken. Een potje met resterend lokmiddel had ik op de werktafel laten staan en de volgende morgen was het gebrom duidelijk hoorbaar. Een aantal hoornaars waren in de pot gedoken en slaagden er niet meer in om er uit te geraken.
Ik heb er maar direct een andere pot op geplaatst.
De stand aan het Waterbroek was dit jaar in tegenstelling tot 2023 bijna gevrijwaard van hoornaars. In het voorjaar heb ik twee koninginnen gevangen en daarna bleef alles rustig tot in het najaar als er af en toe eens een enkele verscheen aan de volken. De stand in Gerhagen was vorig jaar volledig vrij gebleven van de hoornaars maar dit jaar heb ik er honderden gevangen. Twaalf volken en continue tientallen hoornaars voor de kasten vanaf augustus. De selectieve val op elk dak en de muilkorf voor elk vlieggat hebben hun effect duidelijk niet gemist. De volken zijn nu in prima conditie en ik verwacht geen uitval. De uiteindelijke sterkte bij de voorjaarscontrole moet ik nog even afwachten maar naast de hoornaars hadden we natuurlijk ook nog gans 2024 dat was uitgeregend. Daarom hou ik vanaf volgende week (begin januari) de voedselvoorraad goed in de gaten.
Vorige winter is er ook in de tuin een apideakastje blijven staan. In december heb ik het nog behandeld met oxaalzuur en op 9 maart heb ik het op een oud zesramertje gezet. Simpel een houten plaat met een gat en het torentje er in geplaatst.
Voor alle zekerheid heb ik nog wat tape gebruikt om de bevestiging bijendicht te maken.
Gisteren zat de koningin in de zesramer op een deels uitgewerkt raam waarin zich al veel larven en eitjes bevonden. Ik heb dan een stuk moerrooster tussen de twee bakken gelegd waardoor ze niet meer terug kan. Binnen drie weken is al het broed in de apidea uitgelopen en kan ik het bovenste kunstwerk verwijderen. De raampjes zijn dan al deels gevuld met honing die zou kunnen dienen voor de koninginnenkweek dit jaar.
Gisteren de tweede Aziatische hoornaarkoningin in de tuin gevangen.
Vanwege het zachte weer deze maand heb ik vandaag alvast de onderbakken verwijderd van mijn Kempische kasten. Deze onderbakken waren de uitgeslingerde honingkamers van vorig seizoen. Door deze nu al onderuit te halen, zitten de bijen wat kleiner en bijgevolg is het voor hun iets gemakkelijker om de kast te verwarmen. Ik heb bijgevolg ook de kans gehad om de bodem te reinigen. Wat de voedselvoorraad betreft heb ik nu ook een goed idee. Alle volken zijn nog zwaar genoeg en geen enkel had op dit moment behoefte aan een nieuw pak voederdeeg. Ik kan zeker voor de volgende veertien dagen gerust zijn. En binnen een maand, bij goed weer, haal ik het voederdeeg weg en krijgen ze een eerste honingkamer.
Vorig jaar zou de eerste Aziatische hoornaar al gespot zijn in februari en ik heb toen de selectieve vallen geplaatst. Pas begin mei trof ik zelf hierin de eerste koningin in aan. Maar door de hoge temperaturen, vaak boven 10°C, heb ik ook deze week al enkele vallen neergezet. Je weet maar nooit. En bij de controle vandaag heb ik nog een ander voordeel gezien van deze vallen.
Ook de wasmot wordt gevangen in de selectieve val!
De natuur wordt ook stilaan wakker. De gele kornoelje gaat er aan beginnen en de winterakonietjes en sneeuwklokjes staan al volledig in bloei.
In het voorjaar heb ik enkele bodems vervangen door bodems met geïntegreerde val. Het zou de bedoeling zijn om de buitenste volken van een rij hiermee te voorzien en ongeveer om de vijf volken ertussen eveneens. In de rij van tien volken had ik er bijgevolg drie geplaatst. De verste in de rij was leeg. Er bevonden zich wel meerdere dode bijen in en meerdere wespen. Ik veronderstel dat deze hoofdzakelijk in de val terechtkwamen tijdens hun rooftocht. Want ook tegen rovende bijen zou deze val helpen. De middelste bodem bevatte toch ook een Aziatische hoornaar. Maar de eerste bodem aan het begin van de rij bevatte vijf hoornaars. De valbodems blijken dus toch te werken. Ik maak alleen maar de bedenking dat ze te duur zijn voor een constructie in dun triplex. Ik kan alleen maar hopen dat ze enkele seizoenen kunnen gebruikt worden.
Vermits de schuiflade een beetje was uitgezet door de vochtigheid had ik mijn Leatherman nodig om ze open te krijgen.Vijf hoornaars, enkele wespen en veel rovende bijen onder het eerste volk van de rij.
In plaats van de vallen in een vriezer te zetten, gebruik ik ter plaatse een vat met water. Een kort filmpje op YouTube maakt dit duidelijk. https://youtu.be/azwK2hTjFGI