Momenteel zijn er veel hoornaars aan de bijenstand in Gerhagen. Op meerdere manieren probeer ik de bijenvolken te helpen. Elimineren van de nesten is één ding maar er zijn natuurlijk ook nog de jagende hoornaars voor de kasten. Ik probeer dit door de aanvliegopening van de bijenkast af te schermen met een versmalde vliegspleet achter een zogenaamde muilkorf. Als ik bij de stand ben, probeerde ik in eerste instantie met een elektrische vliegenmepper te helpen. Op een half uurtje had ik dan wel een tiental hoornaars gevat. Maar een schepnetje werkt toch net iets vlotter. Vermits ik niet altijd aanwezig ben, heb ik ook vallen geplaatst op elke kast. Deze lokken geen extra hoornaars meer want deze waren er al. Maar op sommige momenten vliegen de bijen minder en dan gaan de jagende hoornaars wel naar de vallen. De laatste val die ik heb gemaakt, is van een curverbox, voorzien van een dubbele bodem. In deze dubbele bodem heb ik een flesje bier gegoten en in de bovenste bak liggen stukjes vis en rotte vijgen. Het is de bedoeling dat ik ook nog een potje gistende honing in de onderste bodembak giet. De tijd zal uitwijzen welk systeem wordt afgevoerd en welk ik blijf gebruiken. In volgend filmpje is de opstelling aan de bijenstand zichtbaar.
Categorie: Passie voor de bij
Bijenmuilkorf 2.0
De aangepaste muilkorven lijken beter te zijn voor de bijen. Ze zijn rustiger dan achter het eerste model. Ook kunnen ze beter de kast ventileren.


In sommige flessen liggen toch nog teveel bijen. Daarom ga ik de flessen nog wat aanpassen met een grotere opening met 6 mm gaas en gericht naar de voorzijde in plaats van aan de zijkant. Dan zou een bij die hierin terechtkomt gemakkelijker door het gaas buiten raken.
Vergelijking tussen twee muilkorven
Ik heb ondertussen al een duidelijk verschil opgemerkt tussen de beide muilkorven.



Aan het Waterbroek heb ik nog geen Aziaat gezien, maar in Gerhagen zie ik ze om de paar minuten. De bijen met het nieuwe type lijken wel veel rustiger. In de zijflessen heb ik momenteel nog geen hoornaars gevonden maar wel meerdere darren laten hier het leven tijdens de darrenslacht. De uitgang in die zijflessen is natuurlijk ook slechts 6 mm.
Smeerbare honing door enten
Niet tegenstaande ik de meeste honing vloeibaar verkoop, heb ik toch ook klanten die een potje smeerbare honing vragen. Die smeuïge honing heeft een zacht mondgevoel. Bevat dus geen grove kristallen. Deze worden door de klanten als suikerkorrels ervaren en bijgevolg vermoeden ze toevoeging van ordinaire suiker. De grofheid van kristallisatie is echter afhankelijk van het type honing en de daarin aanwezige glucose. Honing bevat naast glucose nog veel andere suikers maar zeker geen sacharose (onze bietsuiker). Fructose is een ander suikermolecule dat veel in honing voorkomt maar moeilijk kristalliseert. Bijvoorbeeld honing van acacia bevat veel meer fructose en zal daardoor vloeibaar blijven. Koolzaadhoning en wilgenhoning van het voorjaar bevat veel meer glucose en zal bijgevolg snel kristalliseren. Maar deze honing kristalliseert van nature zeer fijn en is dus zeer smeuïg. Onze zomerhoning daarentegen kristalliseert van nature zeer traag maar grof. De imkers die smeerbare honing wensen te verkopen, bekomen deze dan ook vaak door zeer lang en intens te roeren in de honing. Door het roeren bekomt men dat de kristallisatiekernen veel kleiner blijven en de honing vaster wordt maar toch zacht smeerbaar. Zodra de heldere honingmassa wit opaalachtig begint te verkleuren, kunnen de potten worden gevuld. Vermits men daar soms tot in september dagelijks tweemaal vijf minuten mee bezig is, zijn er andere manieren gezocht om de gewenste smeerbaarheid sneller en vlotter te bekomen.
Men kan de honing enten met een reeds zacht gekristalliseerde honing. Door bij de vloeibare zomerhoning een gedeelte van de fijne voorjaarshoning te voegen kan men de roertijd belangrijk inkorten. De kleine kristallen van de koolzaadhoning dienen dan als kristallisatiekernen voor de zomerhoning die bijgevolg ook zacht smeerbaar uitkristalliseert. Hiertoe gebruikt men vaak tot 10% van die voorjaarshoning. Stel u nu een rijpervat voor van 50 kilo. Daarvoor heeft men al snel 10 potten voorjaarshoning nodig. Sommige imkers hebben bijna geen voorjaarshoning meer over om tijdens de zomer hun zomeroogst te enten. Ook heeft niet elke hobbyimker de beschikking over een automatische roermachine om de dagenlange arbeid over te nemen.
Er is echter een manier om vrij eenvoudig smeerbare honing in bewerkbare hoeveelheden te bekomen. En dat op slechts één week. Met slechts één potje voorjaarshoning. Dat ene potje dat nog niet is verkocht.




Ik begin met één potje voorjaarshoning en één potje vloeibare zomerhoning. Dit wordt onder elkaar geroerd. De volgende dag worden aan deze twee potjes weer twee potjes vloeibare honing toegevoegd en onder elkaar geroerd. Op de derde dag worden er vier potjes vloeibare honing toegevoegd en geroerd. Elke volgende dag wordt de hoeveelheid verdubbeld om na een week een volle emmer smeerbare honing te kunnen inpotten. Vanaf de vierde dag gebruik ik een inox roerstaaf met boormachine in plaats van een spatel. Op dag zes is de emmer vol en op dag zeven vul ik de potten.
Half juni: stand van zaken
Dit voorjaar heb ik van elk bijenvolk minstens één broedaflegger gemaakt. Elke stand op een ander tijdstip om het werk iets te kunnen verdelen. Het onstandvastig weer heeft er voor gezorgd dat ik op een stand van vier volken alle vier mooie broedafleggers bekwam terwijl op een andere stand van vijf volken er slechts één in orde kwam. Het zesramertje dat in de tuin staat, vertikte het om honing in de bokalen op te slaan. Daarom liep het kastje voortdurend vol en nam ik elke twee weken drie ramen weg. Ik heb er zo drie afleggers mee gemaakt en gisteren heb ik alle zes ramen in een grote kast gehangen. Alles te samen heb ik op deze manier toch al 12 jonge volken voor volgend jaar.
Door de hoge zwermdrift dit jaar, heeft het merendeel van de volken al een nieuwe koningin. De oude koninginnen zijn geknipt en bijgevolg zijn de bijen steeds teruggekeerd naar het eigen volk. Bij het weghalen van de overtollige doppen, werden sommige in de couveuse geplaatst en de uitlopende koninginnen daarna in een apideakastje gezet. Hiervan zijn er momenteel vier met een leggende koningin.
De bijen hebben een topjaar maar de imker heeft veel werk. Wat de honingopbrengst betreft: dit is een ander verhaal. Uit slechts enkele kasten heb ik wat verzegelde voorjaarshoning gehaald, 15 kg slechts. Het slechte weer zorgde voor veel bijen in de kast in plaats van buiten. Hierdoor steeg de zwermneiging en het eigen voedselverbruik. Er werd wel voortdurend ruimte bij gegeven in de vorm van verse honingzolders om de zwermneiging toch een beetje af te remmen. Deze honingkamers zijn telkens vlot in gebruik genomen, maar de verzegeling van rijpe honing laat op zich wachten. Hierdoor heb ik nu kempische kasten met drie tot zelfs vijf honingkamers. Echte wolkenkrabbers die met spanriemen aan de bomen zijn vastgelegd. Als dit het resultaat is van de klimaatopwarming en we hiermee moeten leren imkeren, zal ik een hoogtewerker moeten aanschaffen. In elk geval kan ik op deze manier elke week een goede fitnesstraining afwerken.
Momenteel zijn de meeste lindebomen hier al uitgebloeid. Met het mooie weer dat volgende week wordt voorspeld, zal ik binnen tien dagen de zomerhoning kunnen binnenhalen. Tegelijkertijd loopt ook de liguster op zijn einde en is de kastanje volop in bloei. Tot begin juli!
Broedaflegger/Broedzuiger
Update tuinvolk
Het apideakastje heb ik nu verwijderd. Het is ondertussen vervangen door een honingruimte. Een ruimte waar de bijen hun opgehaalde nectar zelf mogen oppotten.
Het kastje bevat slechts zes broedramen en dit is zeker zwermbevorderend. Ik ga de bijen daarom wat meer werk geven. Ze moeten hun honing maar zelf in de pot doen.



Dit weekend ontneem ik dit volk ook nog broed om een broedaflegger te maken. Ook op die manier geef ik ruimte en vermindert de zwermneiging.
Wekelijkse controle bijenvolken
Ondanks het rampzalige weer dit voorjaar gaat het leven in het bijenvolk wel door. Door het slechte weer komen de bijen minder vaak buiten en zijn de kasten veel dichter bevolkt. Dit is natuurlijk zwermbevorderend zoals ik al tweemaal heb beleefd de voorbije weken. Gelukkig zijn mijn koninginnen geknipt waardoor ik de bijen zelf niet kwijtraak. Maar dan moet ik natuurlijk wel de zwermcellen opvolgen. Ook in meerdere volken vond ik vorige week belegde tot bijna gesloten zwermcellen. Deze cellen worden allemaal gebroken en als ik de koningin tegenkom, maak ik een tussenaflegger. Maar ook hier weer moet dat volk worden opgevolgd. Gelijk hoe koud of nat de dagen zijn.
Daarom deed ik vandaag weer de ronde. Het eerste volk dat had gezwermd, had al een nieuwe koningin. Ik kwam ze tegen maar vond geen eitjes. Misschien is ze zelfs nog niet op bruidsvlucht geweest. Volgende week terug controleren.
Het tweede volk dat had gezwermd, had een pas uitgelopen moerdop. Pas gebeurd want het dekseltje bengelde nog aan de opening. Ik heb dan ook maar de tweede dop opengemaakt en die koningin laten inlopen. Eentje zal overleven en weer wordt het afwachten of er een vruchtbare bruidsvlucht gaat plaatsvinden.
Ik had bij een darrenbroedig volk een raam met eitjes ingehangen van het buurvolk. Er bleek een dop uitgelopen en enkele opengebeten. Centraal in de kast waren de bijen een aantal cellen aan het oppoetsen. Een handgrootte op enkele ramen. Mooi gepoetste cellen. Ik geloof dan altijd dat de bijen deze ruimte al aan het klaarmaken zijn voor de nieuwe koningin die weldra deze cellen komt beleggen.
Bij dit onstandvastig weer volg ik buienradar en de site van het KMI om naar de bijenstanden te vertrekken. Ik controleer ook maar drie broedramen naast het darrenraam wat zeer snel kan. De darrenramen die verzegeld waren, heb ik uitgesneden en de drie ramen daarnaast geven me voldoende info over de toestand van het volk. In geen enkel volk ben ik vandaag trouwens nog belegde zwermcellen tegengekomen. Alsof de bijen ook door hebben dat het weer niet normaal is dit jaar en ze beter nog niet gaan zwermen. Dit is natuurlijk maar tijdelijk want bij de volgende weersverbetering, zal de zwermstemming weer oplaaien.



Muilkorf met geïntegreerde hoornaarval
Ik heb momenteel zes aangepaste muilkorven gemaakt en vanaf eind juli zal ik deze gebruiken naast mijn oud model om ze beter te kunnen vergelijken. Ik plaats mijn muilkorven normaal pas na de darrenslacht vermits darren niet door gaas van 6 mm kunnen. Hierdoor is natuurlijk ook geen bruidsvlucht van een koningin mogelijk. Dus wel even opletten als er nog aan koninginnenkweek wordt gedaan. De aangepaste muilkorf kreeg echter een centrale opening van 11 op 4 cm terwijl de ganse voorkant is gemaakt met gaas van 8 mm. Dit zou de beide voorgaande problemen al kunnen oplossen. Ook is de gaastunnel niet tegen de broedbak aangeschoven maar blijft er een opening van ongeveer 6 mm.
De bedoeling van deze geïntegreerde val is nu dat de hoornaar wel kan landen op de vliegplank en eventueel een bij verschalken. Ze moet worden gevangen in plaats van haar terug te laten vliegen naar haar nest en terug te komen met haar zusters. Als ze nu wil wegvliegen zal dat niet lukken door het gaas van 8mm. Met geopende vleugels lukt dit zeker niet en al helemaal niet als ze ook nog een bij vast houdt. Ze komt bijna automatisch terecht in één van de flessen aan de zijkant via de trechter. Deze zijkant is verder dichtgemaakt met gaas van 6 mm waardoor ze er langs de zijkant al zeker niet kan uit kruipen. De hangende flessen hebben ook een ontsnappingsgat met gaas van 6 mm of een stukje moerrooster waardoor eventuele bijen toch nog weg kunnen.
De eerste week zou ik ook de doppen nog op de trechters laten om de bijen aan te leren niet langs de zijkant te vliegen. Pas na een week verwijder ik dan de doppen en hang de flessen aan de trechter.
Een hoornaar kan nu op de vliegplank landen maar zal slechts moeizaam verder kunnen naar het vlieggat vanwege het gaas van 8 mm. In haar zoektocht zal zij dan verder kruipen naar de zijkanten en in de trechters terecht komen.
De bijen hebben echter meerdere vertrek- en landingsroutes. Ze kunnen omhoog kruipen achter de tunnel tegen de broedbak omhoog en zo ook aankomen. Ze kunnen natuurlijk rechtdoor wandelen door het gaas van 8 mm en vertrekken en landen door de voorste opening van 11 bij 4 cm. Als ze langs hier toekomen, zullen ze ook weinig stuifmeel verliezen wegens de maasgrootte van 8 mm in plaats van 6 mm. Ze kunnen zelfs overal vlot in en uit de tunnel vertrekken en landen.







Ik heb momenteel al drie hoornaarkoninginnen gevangen in de selectieve vallen. Ik moet er wel bij vermelden dat ik er vijftien heb geplaatst. Toch geloof ik niet dat dit de oplossing is maar slechts een druppel op een hete plaat. De oplossing zal er eerder in bestaan om de bijenvolken te beschermen tegen deze rover. Met een muilkorf voelt het bijenvolk zich alvast minder bedreigd en blijft het volk over het algemeen actiever. Door deze muilkorf nu te combineren met een val, kan een succesvolle hoornaar niet terug naar het nest om haar collega’s te verwittigen. Wellicht zullen er dan in tegenstelling tot bij onbeschermde bijenkasten, niet elke dag meer hoornaars beginnen voorvliegen. De resultaten van mijn experiment zal ik in elk geval hier ook brengen.
Nieuw bijenvolk in de tuin
Vorige winter is er ook in de tuin een apideakastje blijven staan. In december heb ik het nog behandeld met oxaalzuur en op 9 maart heb ik het op een oud zesramertje gezet. Simpel een houten plaat met een gat en het torentje er in geplaatst.

Gisteren zat de koningin in de zesramer op een deels uitgewerkt raam waarin zich al veel larven en eitjes bevonden. Ik heb dan een stuk moerrooster tussen de twee bakken gelegd waardoor ze niet meer terug kan. Binnen drie weken is al het broed in de apidea uitgelopen en kan ik het bovenste kunstwerk verwijderen. De raampjes zijn dan al deels gevuld met honing die zou kunnen dienen voor de koninginnenkweek dit jaar.
