Half augustus

De voorbije dagen heb ik alle volken even gecontroleerd. Sinds vorige maand ben ik bezig met zomervoederen. Hiermee bedoel ik dat ik nog geen voer aanbied om in te winteren maar ze alleen maar help om de drachtarme zomer door te komen. Na de linde is er niet zo veel dracht meer en de volken moeten wel voldoende broed aanhouden om winterbijen te kweken. Ik geef daarom tweemaal per week een liter siroop. Pas rond half september voer ik ze dagelijks twee liter tot ze op gewicht zijn. Om roverij te voorkomen zijn de vliegspleten ook voor de helft dicht geschoven.

Maar ik heb nu alle volken even bekeken. Ze hadden allemaal een mooi broednest en langs de beide kanten hebben ze al wat verzegeld voer. Slechts één volk had nog een boel darren maar toch ook een mooi broednest met veel eitjes. De koningin is dus in goede doen maar we houden deze kast in de gaten.

De jonge volken kregen hun laatste waswafels en zitten dan volgende maand bij de inwintering ook op twaalf uitgebouwde ramen. Twee van hen waren echter te klein en heb ik, zonder hun koningin, verenigd met andere jonge volken. De uitgewerkte ramen met opzittende bijen hang ik dan in een ander jong volk in plaats van waswafels te geven.

Deze winter ga ik geen honingramen bewaren en daarom ben ik nu begonnen met het smelten van alle uitgeslingerde ramen. Gelukkig kan mijn stoomwassmelter 24 ramen tegelijk bevatten. Dan ben ik er met zes smeltcycli vanaf. Er staan nog wel 24 volken met een honingbak onder de broedbak maar die smelt ik pas in het voorjaar als ik deze bakken verwijder.

Ik heb bij mij thuis, waar twee apideavolkjes staan, al tweemaal bezoek opgemerkt van de Aziatische hoornaar. Deze volkjes zitten weliswaar op vier hoogsels maar zijn toch te klein voor deze rover. De koninginnen uit de apideakastjes had ik gebruikt om kunstzwermen te maken tijdens de honingafname. Doch vier van de acht hebben een nieuwe koningin opgekweekt die nu aan de leg is. Ik laat ze nog maar even. Tot oktober kan het nuttig zijn om een extra koningin achter de hand te hebben.

Zomeroogst honing

De laatste honing is nu geoogst. De bijen hebben een honingzolder mogen houden met onverzegelde raten of ik gaf ze uitgeslingerde ramen terug. Vandaag na een week heb ik dan die honingbak naar onder verplaatst. Ik zet die dan op de bodem en zet de broedbak er op. Hierdoor hebben ze een volledige broedbak voor hun op te slagen wintervoer en kunnen ze afdalen in de honingbak als ze dat wensen. Tijdens de winter als ze al wat hoger zitten, bevinden ze zich hierdoor ook wat verder van het koude vlieggat.

Volgend jaar in maart haal ik dan die onderste honingbak weer weg. Deze bak is dan leeg en bevat geen bijen. De overwinterde honingramen smelt ik dan allemaal weer uit.

Dit was dan ook het ideale moment om de nieuwe bodems met geïntegreerde hoornaarval te plaatsen. Spijtig genoeg bestaan deze ook weer niet als Kempische variant. Maar met enkele kleine aanpassingen heb ik ze toch op maat gemaakt. Of ze effectief zijn weet ik niet maar ik vond het de test waard. Om de vijf volken heb ik er eentje van zulke bodem voorzien.

Na drie dagen, als de bijen de nieuwe ingang langs voor kennen, open ik de gaten langs de zijkanten. Hier kunnen de hoornaars binnen als ze op verkenning zijn. Langs achter kan de val dan als een schuif worden uitgehaald. Wordt wellicht vervolgd…

Zomerhoning

Vandaag heb ik de laatste honing afgehaald. Vorige week in Gerhagen en vandaag aan het Waterbroek. Het jaar is ondanks de slechte start nog vrij goed meegevallen. De volken zien er gezond uit en gemiddeld brachten ze 26 kg honing binnen. Dit jaar waren en wel grotere verschillen. Sommigen slechts 10 en andere zelfs 50 kg. Met minder volken per stand kan de opbrengst wellicht beter. Maar ik experimenteer ook graag en niet elk experiment blijkt een succes. Dit jaar heb ik de koningin van enkele volken geïsoleerd in een isolatorraam. Het aangeboden raam in de bijenhandel paste echter niet in mijn Kempische kasten. Ik heb ze dan maar zelf gemaakt. Met plastic moerroosters. Ik heb de beide types gebruikt. De dikke gele en de dunne witte.

De opening heb ik voorzien aan de bovenkant. Maar elke week bleek de koningin te zijn ontsnapt uit de gele variant. Drie gele en drie witte en uit de gele kon ze ontsnappen. Het plan is dus nu om meer isolatoren te maken met de witte variant. Want deze werkten wel perfect.

De eerste voorjaarshoning

Door het slechte voorjaar, koud en nat, vlogen de bijen veel te weinig naar buiten. Slechts op één van de drie standen heb ik deze week honing afgehaald. Deze stand was dit jaar omringd door koolzaadvelden en hier was een mooie hoeveelheid honing in de honingzolders aanwezig. Ik heb van vijf kasten ongeveer 40 kg kunnen weghalen.

De ramen heb ik deze keer ontzegelt met de ontzegelvork.
De slinger is een gemotoriseerde radiaalslinger voor 9 ramen.
De honing wordt gezeefd door een dubbele zeef.
Daarna wordt de honing overgegoten in een rijpervat. Na twee dagen wordt de honing afgeschuimd. De kleine stukjes was en dergelijke die nog door de zeef gingen, stijgen naar het oppervlak en kunnen daar worden weggehaald. Afgeschuimd want het ziet er ook een beetje uit als schuim.

De honing moet daarna nog worden geroerd alvorens hij in potten wordt gedaan. De automatische roermachine doet dat in twee tot vier dagen. Tegen het einde van volgende week zijn dus de eerste potten gevuld. Nog wel wat nieuwe etiketten drukken voor het nieuwe jaar met een leuke foto er op.

De jonge koninginnen zijn geboren

Gisteren heb ik de doppen uitgesneden bij de broedafleggers. Ik heb alle ramen behalve het zaagsnederaam met doppen, afgestoten in een emmer en alle bijen besproeid met oxaalzuur. Het zaagsnederaam had ik voorzichtig afgeveegd. Hierna heb ik de doppen uitgesneden en in plastic potjes geplaatst. Op het raam zelf heb ik twee doppen, vlak naast elkaar laten staan. Deze broedaflegger is dus behandeld en heeft weldra een jonge koningin. De bijen die in de emmer zijn behandeld, plaatste ik terug in de kast na enkele honingpotten vol bijen uit te scheppen. Een honingpot bijen goot ik dan in een apideakastje. De apideakastjes waren al klaargemaakt op voorhand. Het voerbakje was gevuld met voederdeeg en de drie raampjes hadden een stripje wasraat gekregen. Uit de drie broedafleggers heb ik 14 apideakastjes gevuld. Sinds vannacht werden de koninginnen geboren. Ik heb ze een nummertje gegeven en in een apideakastje laten inlopen. De kastjes heb ik vanmorgen in de tuin gezet.

De potjes in de couveuse. De potjes liggen plat maar de doppen zijn rijp en dan maakt dat geen moer uit.
Hier zaten twee doppen in het potje. De eerste kwam zelf uit. De tweede gelukkig pas toen ik de dop uit het potje had gehaald.
Even bekomen van de schrik en dan moet ze zich laten oppakken.
Het nummertje op de rug en klaar om naar een kastje te brengen.
Hier kruipt ze tussen de raatjes in het apideakastje.

Aziatische hoornaar

Gisteren de eerste Aziatische hoornaarkoningin gevangen in een selectieve val.
Na een nachtje in een vriezer, heb ik haar ‘opgebaard‘.
Het verschil met een Europese hoornaar kan niet duidelijker zijn. Zwart lijf in plaats van wespgeel en gele poten in plaats van rode.

En voor de duidelijkheid: de Europese hoornaar is dood binnengebracht door een klant die haar had gevangen binnenshuis. Om te voorkomen dat de inheemse soort wordt gevangen, gebruiken we selectieve vallen. Deze fuikingang is te klein voor de grote Europese hoornaar en kleinere insecten kunnen de val terug verlaten. De ingang voor de hoornaar is 8 mm maar op het fuikje waardoor de hoornaar deze niet meer terugvindt. De uitgangen voor andere insecten zijn stukjes koninginnenrooster waar zelfs insecten ter grootte van een bij terug uit kunnen.

Update bruidszwerm

Bij nader inzicht is de nieuwe koningin vermoedelijk nog niet op bruidsvlucht gegaan. Drie dagen na de geboorte zou wel heel snel zijn.Eerder is ze vertrokken voor een verkenningsvlucht. En zo kan ze er wel meerdere doen alvorens na ongeveer een week op bruidsvlucht te gaan. Als de zwermdrift van het volk nog niet is opgelost, vliegen de bijen vaak mee. En de zwermdrift was natuurlijk niet weg, want met een geknipte koningin komen alle bijen terug. Zulke bruidszwerm komt volgens de literatuur zelden terug en het volk blijft dan hopeloos moerloos achter.

Ik heb dus geluk gehad. De snel vliegende koningin kan zich, ook volgens de literatuur, soms losmaken van de meevliegende bijenzwerm waarna de bijen allemaal terugkeren. Maar als de koningin de volgende dagen nog enkele keren op de vleugels gaat, zou het toch wel eens kunnen mislopen.

Daarom heb ik gedaan wat ik direct had moeten doen. Ik had al wel een broedraam weggenomen voor de verzamelbroedaflegger maar voor het geval dat niet genoeg zou zijn heb ik toch ook een tweede honingzolder opgezet. Dat was ik bij dit volk eerst niet van plan omdat ze nog vier ramen in de eerste honingzolder niet hadden opgewerkt. Maar zonder open broed om te verzorgen, zou die enige honingzolder toch wel eens snel kunnen vollopen.

Een andere oplossing om een moerloos volk te voorkomen, heb ik ook maar toegepast. Ik heb nog een volledig verzegeld broedraam weggehaald en vervangen door een raam met eitjes uit het naaste volk. Als ze moerloos zijn of worden in de eerstvolgende dagen zullen ze hierop nieuwe moerdoppen aanzetten. Dit raam kan ik dan binnen enkele dagen even controleren.

Verzamelbroedafleggers

De zwermdrift is dit jaar zeer vroeg. Slecht weer dat de bijen belet om uit te vliegen terwijl het broednest maar groter blijft worden. De kasten zitten te vol wat het volk doet besluiten om zich op te delen. Eigenlijk is dit hun normale voortplantingsgedrag. Door het slechte voorjaar is er weinig diepgaande kastcontrole gebeurt. En de zwermdrift werd hierdoor te laat opgemerkt. Reeds twee van mijn volken gaven een zwerm. Mijn geknipte koninginnen vliegen echter niet. De zwerm komt dan s’avonds simpelweg terug op de kast. Het teveel aan zwermdoppen moet dan wel zeer zorgvuldig worden verwijderd om nazwermen te voorkomen. Zo had ik drie dagen geleden bij het verwijderen van de doppen twee jonge koninginnen laten inlopen. De sterkste overwint dan het onvermijdelijk duel op leven en dood. En zo vloog gisteren hare hoogheid dan op bruidsvlucht. Maar vermoedelijk waren alle vliegbijen zo gebrand om nog eens uit te vliegen dat ze prompt mee naar buiten gingen. Een enorme zwerm bijen in de omringende bomen en zelfs de kast was volledig bedekt met bijen. Pas bij het terugkeren van hun koningin kwam de rust weer en trokken ze allemaal terug naar binnen door het vlieggat.

Maar eind april, begin mei is het moment om afleggers te maken. Door broed af te nemen van de bijenvolken en deze broedramen te vervangen door waswafels, probeert de imker de zwermdrift in te tomen. Ik heb van elk volk een raam broed weggenomen en van veel volken zelfs twee. Ik gebruik ramen die bijna volledig zijn gevuld met verzegeld broed. Hierdoor leveren ze snel veel jonge bijen aan de aflegger terwijl er weinig larven moeten worden gevoerd. Samen met de opzittende bijen hang ik ze samen in één kast. Ze krijgen ook nog twee ramen met voer die ik over had na de voorjaarscontrole. Zes tot acht ramen verzegeld broed met opzittende bijen, verplaatst naar mijn andere stand, geven volgend weekend een enorm volk dat maar al te graag koninginnen wil opkweken van mijn beste volken. Het wordt een verzamelbroedaflegger genoemd omdat de ramen uit meerdere volken worden samengehangen. Ik heb er zo gisteren drie gemaakt tijdens de wekelijkse controle van de volken. Aan de stand aan de koolzaadvelden heb ik ook elk volk de tweede honingzolder moeten geven. Volgende week het vervolg over de afleggers.