Momenteel beginnen ze weer te ‘hooveren’ voor de kasten om een volgeladen, thuiskomende bij te grijpen in de vlucht. Imkers kunnen natuurlijk met een badmintonracket voor de kasten plaatsnemen en op die manier zeer veel badmintonervaring op doen. Maar wat als we er niet zijn? Daarom heb ik momenteel voor elke kast een muilkorf gehangen. De bijen voelen zich veilig op de vliegplank en kunnen op die manier toch nog de noodzakelijke airconditioning toepassen voor het broed in de kast.

Maar nog veel belangrijker vind ik de plaatsing van de selectieve vallen op de bijenkast. Op élke bijenkast. De AH vliegt weliswaar niet in het donker maar als de bijen in de vroege ochtend of late avond niet meer actief zijn, vliegen er wel nog steeds hoornaars. En als deze worden aangetrokken door de val worden ze natuurlijk uitgeschakeld. De gevangen hoornaar keert niet terug naar haar nest om broed te verzorgen. Het is misschien een druppel op een hete plaat maar wie het kleine niet eert…
De voorbije dagen is me echter opgevallen dat het lokmiddel trapit sterker lokt dan aanvliegende bijen. Telkens ik bij de bijenstand kom, heb ik een spuitbus bij me met trapit. Ik spuit een klein straaltje in de inlooptunneltjes van de vallen en letterlijk terwijl ik er bij sta, bevat elke val één of meerdere AH. Het is in elk geval effectiever dan even voor de kasten met een racket te posten.
