Ik heb vorige week de eerste honing van dit jaar geoogst. Deze voorjaarshoning die vooral van wilgennectar is opgehaald, wordt normaal uit zichzelf zacht smeerbaar als hij kristalliseert. Ik heb de honing na twee dagen rijping en afschuimen in een roerder gegoten. Deze machine roert 15 minuten per uur waardoor te grote kristallen toch worden vermeden. Die honing sla ik nu op om later te kunnen mengen met vloeibare zomerhoning waardoor ook deze zacht smeerbaar kan uitkristaliseren. Af en toe vraagt iemand me om deze smeerbare honing.
Maar het overgrote gedeelte van mijn honing wordt vloeibaar verkocht. Deze is immers niet bewerkt, niet geroerd gedurende meerdere dagen waardoor er ook geen verlies is van geur of smaak. De honing wordt rechtstreeks uit het rijpervat luchtdicht verpakt en opgeslagen in de kelder. Deze containers bevatten ongeveer 15 kg honing. Ook op deze manier gaat de honing uiteindelijk kristalliseren maar door de luchtdichte verpakking gedurende 48 u te verwarmen au-bain-marie aan 35 °C is hij terug vloeibaar zoals hij oorspronkelijk uit de bijenkast kwam. Die 15 kg container levert dan telkens 30 glazen potten. Slechts 30 potten die kunnen vallen en breken.



Waarom nu Looise honing? Een honingetiket moet voldoen aan een strikte regelgeving. Naast de verplichte vermelding dat hij uit België afkomstig is, mag er een geografische verwijzing worden gebruikt als de honing voor de volle 100% uit die regio komt. Vermits ik over 2 standen beschik in Tessenderlo en niet reis met mijn volken, kan ik de benaming van Tessenderlo gebruiken en Looi is de naam die wij als looienaars zelf gebruiken voor ons dorp. De ene stand is gelegen aan het Waterbroek (vandaar de imkerijnaam) in het oostelijk deel van Tessenderlo en de andere is gelegen aan de westelijke kant in Gerhagen. Met een normaal vliegbereik van 3 km rond de bijenkast bestrijken mijn bijen op die manier bijna gans Tessenderlo.