Oxaalzuur druppelen

Imkers zijn geen rekenwonders. Het maken van een verdunning is blijkbaar niet aan ons besteed. Wellicht is dat de reden dat we het oxaalzuur moeten laten voorschrijven door een dierenarts en te laten bereiden door een apotheker. Maar kent je dierenarts de juiste samenstelling of dien je als imker hem de juiste samenstelling te geven? En wat is nu de juiste formule? Door het gebruik van een commercieel produkt als Hiveclean of Oxuvar zou er natuurlijk geen probleem meer mogen zijn. De samenstelling staat dan vast en het produkt is klaar voor gebruik volgens de gebruiksaanwijzing.

Tijdens de vorige imkervergadering zag ik echter nog een zelfgemaakte resthoeveelheid oxaalzuuroplossing van eigenaar wisselen. De oplossing was helder als water en zal dus zeker niet te oud zijn geweest. Alleen weet ik niet wat de juiste samenstelling ervan is en ik heb er al helemaal geen idee van hoe de nieuwe eigenaar dit produkt in zijn register gaat vermelden. Ook was de nieuwe eigenaar dus nog van plan om zijn volken eind januari te druppelen. De bodems van mijn volken laten echter al duidelijk zien dat er broed voorhanden is. De behandeling die nu nog wordt doorgevoerd, zal wellicht niet erg efficiënt zijn tegen de varroamijt. Het effect op de bijen en bij uitbreiding het effect op de jonge larven in het open broed zal er echter niet minder op zijn. Vermits meerdere imkers die ik heb gesproken nog nooit een telling van de natuurlijke mijtenval hadden gedaan en hun kast bij vriestemperaturen ook niet durfden openen, ben ik overtuigd dat de winterbehandeling nog veel te weinig wordt uitgevoerd. Deze overtuiging wordt nog versterkt door het simpele feit dat men zeer geïnteresseerd was in de werkwijze die dient te worden gevolgd. Blijkbaar hadden deze imkers nog nooit behandeld tijdens de voorbije winters.

In de literatuur heb ik dan gisteren even gezocht naar de juiste formule om voor te leggen aan een dierenarts. Hierbij heb ik zeer veel variatie aangetroffen.

Het boek Bijenhouden van F. Pohl spreekt van 3,5% in suikerwater 1:1.

De brochure van Wageningen spreekt van 35g in een oplossing van  600g suiker in 600ml water.

De Ruhr-Universität Bochum bij monde van Dr. Pia Aumeier spreekt ook van een 3,5% oplossing die 35g oxaalzuur bevat, 200g suiker en 840ml water in 1 liter oplossing. Dit is echter geen suikeroplossing 1:1 en volgens hen is de suiker zelfs niet nodig.

Een onderzoeksrapport van het ministerie van landbouw en veeteelt in Nieuw Zeeland  vermeldt 3,2% in een suikersiroopoplossing om te druppelen. Zij vermelden er nog bij dat in Zuid Europa gebruik wordt gemaakt van 60g, in Centraal Europa 35g en in Noord Europa 45g. Ze spreken ook over 25-35ml per volk in plaats van 35-50ml. Nieuw Zeeland is momenteel nog niet geplaagd met de varroaproblematiek, maar het houdt ze natuurlijk al wel bezig.

Waarschijnlijk is dan de juiste formule om 1 kg suiker te smelten in 1 liter water en hiervan dan 1 liter siroop 1:1 af te nemen om 35g oxaalzuurdihydraat in op te lossen. Dit is natuurlijk geen 3,5% oplossing maar minder. Om exact 3,5% oplossing te bekomen, moeten we namelijk 35g oplossen in de suikeroplossing tot we 1 liter in totaal bekomen. Dus de kristallen oplossen in een deel van de siroop en dan bijvullen tot 1 liter. Door de 35g in 1 liter te kappen, bekomen we namelijk meer dan 1 liter en een lagere concentratie.

De beste uitleg vond ik in een online artikel uit 2006 van Randy Oliver en vertaald door Peter Vanhevel. Hierin wordt zeer uitgebreid alles over oxaalzuur besproken. Wat betreft de concentratie maakt hij verschil tussen een zomerbedruppeling van 4,2% en een winterbedruppeling van 3,5%. De winterbedruppeling van 3,5% is in een w:v verhouding. Weight:volume, dus 35g in 1 liter. Dit komt overeen met een 2,8% w:w (weight:weight) of 28g in 1kg siroop. Als je 3,5%w:w maakt of 35g in 1kg siroop bekom je dan 4,2% w:v.

Als de oren van de gemiddelde imker nu beginnen te toeteren, kan ik dat best begrijpen. Wellicht is dit de reden dat veel imkers zo terughoudend zijn naar het bedruppelen toe. Het kan nochtans zeer simpel worden gemaakt. Zit niet zelf aan te modderen maar haal volgend jaar een commercieel produkt onder voorschrift of laat de apotheker een 3,5% oplossing maken in een suikeroplossing 1:1 naar het voorschrift van een dierenarts. Er is dan geen probleem met de juiste samenstelling en het verplichte register kan reglementair worden ingevuld. Door de bijen op de juiste manier te behandelen, met het juiste produkt op het juiste tijdstip, voorkom je veel leed bij je eigen bijenvolken en bij de volken van naburige imkers die wel goed behandelen.