Vanmiddag heb ik de 4 oude produktievolken gecontroleerd. Ze hadden elk 4 ramen beiderzijds vol broed met op de randen al wat darrenbroed. Zeer veel stuifmeel en volle voedselramen. Ik heb ze een darrenraam ingehangen in de plaats van een voederraam. Een sluitblok heb ik er niet tussengehangen omdat er toch een Segeberger boven werd gezet. Centraal zitten hier enkele uitgewerkte ramen die ik heb geleend van een collega. Eind april krijgt ze hiervoor wel een volk. Als de Segebergers vol broed zitten, gaan ze tegen eind april weg en kunnnen mijn Kempische bakken dienen voor afleggers. De segebergers zijn gevuld met 10 ramen en een vulblok. Dit kan dan worden vervangen door een darrenraam eind april als ze worden afgezet. De nieuwe produktievolken heb ik gewogen en ze wegen elk tussen de 18 en 20 kg. Deze zijn gewogen aan de achterkant en de kasten zijn dus in werkelijkheid ongeveer dubbel zo zwaar. Er zijn nog geen waswafels uitgewerkt in de honingzolder. De centrale ramen die al uitgewerkt waren, zaten echter vol bijen. Ze werken dus al aan de honing.
Het Phaceliaveld heb ik daarna gefreesd en nu kan ik morgen zaaien. Ik zaai de Phacelia gemengd met een hoeveelheid zaad die ik heb verzameld van bloemenperkjes. Ik vind het namelijk leuk als er tussen al dat paars geweld enkele andere bloemen de kop opsteken. De voorbije twee jaar heb ik ondervonden dat de Phacelia na 12 weken volop in bloei staat. Eind juni hebben de bijen dus een extraatje. De 100 ligusters die ik heb geplant voor de winter hebben momenteel al hun bladeren verloren door de vorst. De jonge bladknoppen beginnen echter duidelijk zichtbaar te worden bij de meesten. Het kan dus nog goedkomen. Ook de laurierkersen hebben bijna al hun bladeren verloren maar deze waren al een stuk groter en dus robuuster.