Na de laatste honingafname is er in juli een drachtpauze. Dat betekent eigenlijk dat er voor de bijen nu geen dracht is van betekenis. Dat er weinig nectar binnenkomt. en al zeker met een droge periode geven planten weinig nectar. Maar de bijen moeten wel nog even doorgaan met hun nest. Ze moeten nog de laatste zomerbijen opkweken die daarna moeten instaan voor de opkweek van de langlevende winterbijen. Ik heb de bijen dadelijk na de oogst behandeld tegen de varroamijt. Hierdoor worden drie weken later bijen geboren die veel minder zijn aangetast door deze mijt en allerlei virussen en bijgevolg ook veel gezonder zijn. Deze gezonde bijen moeten dan op hun beurt de generatie winterbijen zo gezond mogelijk grootbrengen.
Als de bijen onvoldoende nectar binnen brengen, gaat ze ook minder broed aanhouden. Om dit momenteel nog te voorkomen, voeren we de bijen dus bij. En ik doe dat nog niet met de dikke siroop. Deze slaan ze blijkbaar liever op als wintervoorraad. Beter is om de bijen een verdunde suikeroplossing te geven. Die wordt beschouwd als binnenkomende nectar en verbruikt om het broednest nog wat aan te houden.
Zelfgemaakt wintervoer is een 3:2 suikeroplossing. Dat wil zeggen 3 kg suiker opgelost in 2 kg water. Maar om het broednest te onderhouden of om nog wat waswafels uit te bouwen, is een dunnere oplossing beter. Men gebruikt hiervoor dan een 1:1 suikeroplossing. Een kg suiker oplossen in een liter water is niet zo moeilijk en gaat zelfs perfect met koud water. Maar als ik 30 volken tweemaal per week een liter wens te geven, moet ik wel elke week 60 liter klaarmaken. Ik vind het daarom toch wat gemakkelijker om ze aangekochte siroop te geven. Maar ik verdun deze siroop voor de helft met water. Simpelweg een bus half leeg gieten in een andere lege bus en dan de beide bussen verder afvullen met leidingwater. Dit gaat veel sneller en lijkt even efficiënt te zijn. Later in de tweede helft van september voer ik de bijen dan tot hun ideale inwintergewicht met de dikke siroop.