Tijdens de winterperiode laten we dan wel de volken zoveel mogelijk gerust maar er is nog werk genoeg. Momenteel ben ik bezig met het oppoetsen van de apideakastjes. Dit zijn de kleine kastjes om een bevruchtingsvolkje in te plaatsen. In het geval van het apideakastje gaat het om een klein, goed geïsoleerd, polystyreen bakje met slechts drie raampjes en een voerbakje. Slechts een beker bijen (200ml) is voldoende om de jonge koningin te verzorgen tot ze aan een groter volk kan worden uitbesteed.
Na poetsen heb ik alle onderdelen ‘ontsmet’ in 10 liter water met 600 g soda en dat bij een temperatuur van 80 graden. De wassmelter bleek ook hiervoor zeer geschikt.





Als darrenraam verdeel ik een oud raam in twee delen met een toplat van een ander oud raam. De bijen bouwen hier zelf darrenraat in dat telkens wordt uitgesneden als een helft volledig is verzegeld. In elk geval voor de 24 ste dag want anders komen de varroamijten samen met de uitlopende dar in het volk terecht. De bijen beginnen met de bouw van natuurraat steeds bovenaan en door de tweedeling is het volledig uitgebouwd en belegd voor de derde week. Maar alle cellen zijn ook al gesloten. Bij gebruik van een gans raam zou het onderaan nog niet volledig zijn uitgebouwd bij uitsnijden. Maar nog erger zouden er nog veel open cellen worden uitgesneden in dat geval en die hebben nog geen varroamijten weggevangen. Dat zou helemaal nutteloos zijn.
Nog een ander winterwerkje is de productie van wasraten voor het volgend seizoen. Hier ben ik bijna mee klaar. Nog enkele avonden te gaan.
