2 juli 2017

Zaterdagmorgen om 4.00 uur de wekker laten aflopen. Het geluid van een stortbui op het dak deed me besluiten om vooral niet op te staan. Zondagmorgen om 4.00 uur terug geprobeerd. Gelukt! 

Een lichte nevel over het nabijgelegen weiland gaf voldoende beschutting aan het koppeltje hazen. Ze bleven rustig verder doen met datgene wat hazen doen in het eerste licht van de dag. Het eerste bijenvolk dat ik na een rookstoot door het vlieggat opende, voelde zich echter wel verstoord door de vroege rover. Maar na enkele prikjes in mijn vingers, telkens gevolgd door een nieuw wolkje rook, gaven ze zich toch gewonnen. De drie andere volken die daarna nog werden geopend, bleven volledig rustig. Maar het was dan al een half uurtje later en minder donker.  

Ik imker met Kempische houten kasten en ik oogst de honing per verzegeld raam en niet met een ganse bak. Ik gebruik daarom ook geen bijendrijvers en veeg de bijen van elk verzegeld raam. De onderste honingbak die laatst werd bijgeplaatst, blijft op het volk met de ramen die onvoldoende zijn verzegeld of slecht zijn uitgebouwd. Het koninginnenrooster is verwijderd en binnen enkele dagen, als ik de vliegspleet vernauw, wissel ik de twee bakken. De honingbak komt onderaan. Alle wintervoer komt op  deze manier in de broedbak bovenaan en als de bijen in de koude maanden wat hoger zitten, is de tros niet meer gescheiden over twee ramen. De onderste honingbak is dan leeg maar creĆ«ert wel afstand tussen het vlieggat en de wintertros. Als ik in het voorjaar de honingbak terug naar boven zet op een koninginnenrooster, smelt ik het merendeel van deze ramen.

Tegen het ontbijt had ik op deze manier de zes volken van het Waterbroek en die van Gerhagen geoogst. Tegen de middag was het grootste deel geslingerd en vanavond heb ik dan de rest gedaan. De zes volken leverden deze keer 125 kg honing op. Er was wel een duidelijk verschil. De twee volken in Gerhagen gaven slechts 24 kg. De rest was van het Waterbroek.

Nu resten me nog drie kasten op locatie bij klanten van mij. Deze hadden twee weken geleden echter nog geen verzegelde honingramen en daarom wacht ik hier nog een weekje mee. Er is blijkbaar een enorm verschil dit jaar per stand terwijl ze slechts drie tot vijf kilometer van elkaar zijn verwijderd. Ik vermoed dat de verschillen zo duidelijk zijn omdat het geen vetpot is geweest dit jaar. Dan is het effect van een goede locatie natuurlijk des te groter. De droogte en de late vorst hebben op al de standen hetzelfde effect gehad. De fruitbloesem, de paardenkastanjes en de walnoten zijn op alle vier de standen bevroren. Maar de volken aan het Waterbroek groeien in het voorjaar wel zeer snel uit door de enorme hoeveelheid wilgen, hazelaar, es en els. Zelfs gisteren gonsden de bomen met de doorbloeiende wilg nog van de bijen.