Mei

 

De meimaand is dé maand van de arbeid voor de imker. En het gaat hem hier niet over die eerste meidag, maar over de ganse maand. Zwermverhindering, volksvermeerdering én opvolgen van de honingdrachten. Alles valt nu samen. Maar alle benodigde handelingen zijn toch ook vaak samen uit te voeren. In een wekelijks terugkerend ritueel probeert de imker zijn volken nu te controleren tot begin juli. Elk volk wordt door mij wekelijks gecontroleerd doch niet fanatiek op 8 dagen. Het kunnen er ook wel eens 7 of 9 zijn. Ik heb dan ook de mogelijkheid om tijdens de week eens bij ze aan te wippen. Een verzegeld darrenraam wordt dan uitgesneden en gesmolten in de zonnewassmelter. Tegelijk kijk ik in de rest van het broednest naar de aanwezigheid van zwermcellen. Ruim vóór de zwermstemming, zodra het weer het toelaat en het volk voldoende groot is, ontneem ik ze 4 ramen die ik vervang door 4 waswafels. Het volk zelf krijgt zo wat meer ruimte. Ik maak van de ontnomen ramen een broedaflegger met de zuigelingmethode. Ik neem 2 ramen met broed in alle stadia, een raam vol voer en een raam dat veel stuifmeel bevat. Deze plaats ik met nog een waswafel en een vulblok boven op de honingbak. Na enkele uren zijn er voldoende jonge bijen bezig met de verzorging van dit broed . Ze worden hier onweerstaanbaar door aangetrokken, letterlijk aangezogen dus. Deze broedbak wordt dan op zijn eigen bodem naar de andere stand gebracht. Het onderhouden van twee standen op een afstand van ruim 6 km vergemakkelijkt dit natuurlijk. Deze afleggers worden de nieuwe produktievolken voor het volgend jaar. Zodra na 3 weken alle verzegeld broed is uitgelopen én het broed van de nieuwe koningin nog niet is verzegeld, wordt dit volkje behandeld tegen varroa. Het kan hierna gezond uitgroeien tot aan de inwintering in september. Het wordt de rest van de zomer voortdurend gevoerd met suikersiroop en regelmatig voorzien van nieuwe waswafels.

 

Mocht een productievolk toch in zwermstemming zijn gekomen, is deze zuigermethode te laat en wordt er een tussenaflegger gemaakt. Hoe ga ik hiervoor te werk? Een nieuwe broedbak met waswafels heb ik steeds klaarstaan op de stand. Deze bak komt dan op de bodem. Twee ramen broed en een raam voer uit de oude broedbak worden gewisseld tegen de waswafels. Van deze ramen worden alle bijen afgeveegd. Zodoende blijft de koningin zeker in de oude broedbak. Deze wordt nu op een separator boven de honingzolder geplaatst. Als de vliegbijen terugkeren in de onderste bak, vinden ze daar alles wat ze nodig hebben om verder te kunnen. Boven heeft het volk echter zoveel bijen verloren én hun voedervoorraad, dat hun zwermstemming verdwijnt en ze de aangezette zwermdoppen wegknagen. Na een week kan dan de situatie worden hersteld en de oude broedbak terug op de bodem gezet. Eventueel aangezette doppen op de onderste broedramen worden gebroken alvorens ze terug te hangen in de oude broedbak.

 

Hoe ga ik nu te werk in mijn selectie van de nieuwe volken? Ik geef mijn volken punten op 3 selectiecriteria. Ten eerste mogen ze niet steken. Een steek per ongeluk of door mijn fout tel ik niet mee. Maar een agressieve steek sluit dit volk uit van de selectie. Ten tweede wordt er niet verder gekweekt van een zwerm. Als een volk heeft gezwermd, wordt dit volk uitgesloten van verdere kweek. En ten derde wordt er genoteerd of een volk voldoende honing heeft geproduceerd. In principe moet elk productievolk een jong volk zijn van het vorige jaar. De broedaflegger die hiervan in mei wordt gemaakt, heeft dan weliswaar nog niets bewezen. Maar een volk dat dit jaar wel aan die drie eisen voldoet, krijgt een een zogenaamd A-statuut en wordt volgend jaar volledig opgedeeld in broedafleggers. Het zal dan evenmin een honingbak krijgen als de andere oude volken, maar volledig oplossen in jonge volkjes voor het volgende jaar en zodoende hun gewenste genetische informatie doorgeven.

 

Een tussenaflegger is ook een prima kans om wat koninginnen te kweken. In de onderste nieuwe broedbak wordt dan een raam ingehangen met voornamelijk eieren, een vers belegd raam dus, uit zo’n A-volk. De doppen die hier worden opgetrokken in de volgende week worden, na verzegeling, overgebracht in een couveuse bij 34,5°C. Even voor het uitlopen kunnen ze in een apideakastje worden gehangen. Deze apideakastjes krijgen een bakje deeg mee, lege raampjes met een strip was en een pollepel bijen. Hiervoor gebruik ik jonge bijen uit de honingzolders van de produktievolken. Het apideakastje wordt gedurende 3 dagen bewaard in de kelder om dan na 21u te worden geopend op de stand. Mocht een koningin toch al zijn uitgelopen in de couveuse, wordt ze natgesproeid alvorens ze in het kastje te deponeren.

Als het huidige jaar zich tijdens deze maand nog volledig normaliseert en ik dit schema perfect kan uitvoeren, zullen de foto’s wel volgen. Spijtig genoeg is er in april weer niet veel kunnen gebeuren op schema. Dit voorjaar is zo abnormaal dat alle schema’s in het honderd lopen. Maar de imker wikt en de natuur beschikt! Het is natuurlijk prima om een kast pas te openen bij 15 graden, maar als er na een koudeperiode slechts twee dagen van 20 graden zijn voorspeld, zoals vorige week, blijft ze dicht. Deze dagen kunnen de bijen dan gebruiken om honing te halen of uit te groeien. Ik moet als imker dan maar wachten. Mocht ik op een enkele warme voorjaarsdag de kast toch overhoop halen, zou er door de verstoring gewoonweg minder productie zijn.