De leeggeslingerde ramen zijn drooggelikt op enkele bijenvolken en ik heb ze vandaag op torens gezet met azijnzuur. De honingkamers vol ramen zet ik op een toren met een lege honingkamer als bovenste. Hierin zet ik een schaaltje met een stukje spons. Ik giet daar dan azijnzuur op om traag maar zeker te verdampen. Hierdoor gaan de wasmotten het loodje leggen. Vermits de eitjes van de wasmot niet dood gaan, herhaal ik dit zodra al het azijnzuur is verdampt. De torens zijn zowel langs onder en boven volledig afgedicht met een metalen plaat.

Alle bijenvolken hebben nu een dekplaat met een voerbakje gekregen. Ik voer in juli en augustus wel maar tweemaal per week een halve liter. Gewoon om ze tijdens een drachtpauze toch bezig te houden. Pas in september voer ik ze dagelijks tot ze op inwinteringsgewicht zijn. De jonge volken en de nieuwe kunstzwermen krijgen wel volop bijgevoerd waardoor ze eind september bijna even groot zijn als de productievolken. Voeren van de bijen gebeurt vooral later op de avond om geen roverij uit te lokken. Maar ook het verkleinen van de vliegopening hoort hier bij. En zelfs de muilkorven tegen de Aziatische hoornaars helpen tegen roverij door andere bijenvolken. Het moment dus om deze te plaatsen. De vroegere modellen hebben gaas van 6 mm en de bijen kunnen bijgevolg het best binnen wandelen langs de bovenste spleet. Het nieuwe model heeft gaas van 8 mm maar volledig rondom. Er is een invliegopening gemaakt vooraan waardoor ook de hoornaar binnen kan. Maar die kan niet verder in de kast. Als de hoornaar de opening niet vindt, gaat hij langs de zijkant in een fles terecht komen. Momenteel zijn deze zijkanten nog afgesloten om de bijen te leren niet langs hier te gaan. We zullen dit seizoen zien of dit systeem beter is. Het is namelijk de bedoeling dat een hoornaar die aan een kast wordt gevangen, niet met een prooi naar het nest terug vliegt en daarna zijn makkers meebrengt. Het leek er wel direct op dat de bijen minder last hebben om te wennen aan het tweede type.